Reisverslag Boedapest 2015 Deel 4

Tags: 

Vrijdag 1 mei 2015 (ochtend)
Op de laatste dag dat in Boedapest was, had ik een aantal musea uitgezocht om te bezoeken. Op weg naar het eerste museum, het Postmuseum, kwam er nog een demonstratie langs vanwege 1 mei. Het ging om groep vooral oudere mensen, die demonstreerden namens de Hongaarse Arbeiderspartij. Een kleine uiterst linkse partij die nooit een zetel in het Hongaarse parlement heeft gehaald.



Het Postmuseum (http://www.postamuzeum.hu) is gevestigd in een onopvallend gebouw in een niet zo drukke straat. Ik ben er dan ook een keer of twee voorbijgelopen voordat ik door had, dat het museum toch echt hier was. Het museum zelf ging om 10 uur open. Om in het museum te kunnen, moet je je eerst melden bij iemand die beneden vlak na de ingang zit. Deze neemt je dan mee naar boven naar het echte museum. Toen ik om vijf voor tien binnenkwam, begon de meneer die bij de ingang zat druk te gebaren en naar zijn horloge te wijzen. Uiteindelijk bleek hij te bedoelen dat ik nog vijf minuten buiten op straat moest wachten.



Toen ik vijf minuten later terug kwam, werd ik keurig netjes naar boven begeleid door dezelfde meneer. Het museum zelf is vrij klein. In een ruimte die volgens mij voor het personeel bedoeld was, kon ik mijn tas wegleggen. Alles werd door de medewerkster netjes op slot gedaan en deed zo dienst als garderobe. Omdat het 1 mei was, was de toegang tot dit museum gratis.



Het museum zelf is niet erg groot. Er zijn enkele poststukken te zien, maar verder gaat het vooral om de geschiedenis van de Hongaarse Posterijen. Er staan een aantal oude postauto's.



Een apart stukje ging over de bezorging van de post, die vroeger in Hongarije ook met posttreinen gebeurde.



Ook was er het interieur van een oud Hongaars postkantoor te zien, net zoals oude telexmachines en een handmatige telefooncentrale.



In een speciale vitrine stonden allerlei oude telefoontoestellen tentoongesteld. Het museum bevond zich op de eerste verdieping in een aantal ruimtes rondom een binnenplaats. In een van de gangen in de buurt, stonden nog een aantal oude posten en hingen landkaarten uit het begin van de 20ste eeuw aan de muur.



Omdat het Postmuseum een vrij klein museum was, had ik het rond kwart voor 11 wel gezien. Rond 11 uur was ik bij het volgende museum aangekomen dat ik vandaag wilde bezoeken, het "House of Terror". (http://www.terrorhaza.hu) Dit is een museum wat gaat over de tijd dat Hongarije bezet was door de nazi's en later door de communisten bestuurd werd. Het museum is in het begin van de 21ste eeuw opgericht onder leiding van minister president Victor Orban.



Het museum is niet onomstreden. Het overgrote deel van het museum gaat over Hongarije onder het communisme. Het nazisme komt enkel aan het eind in het kort aan bod. Het museum is gevestigd in het gebouw dat gedurende de oorlog het hoofdkwartier was van de nazistische partij in Hongarije. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog zat hier de Hongaarse geheime dienst. Foto's maken in het museum zelf was niet toegestaan. Op de begane grond bevindt zich de ingang tot het museum met een restaurant, boekwinkel e.d. In het museum zijn audiogidsen aanwezig in verschillende talen. In het museum werden veel zaken vooral symbolisch uitgebeeld en werden ook veel donkere kleuren gebruikt om het geheel minder prettig over te laten komen. Ook werd veel van geluid gebruik gemaakt, waardoor de audiogidsen nauwelijks te verstaan waren. Gelukkig waren deze teksten ook op papier verkrijgbaar. Je begon op de tweede verdieping waar de naziperiode kort aan bod kwam, om daarna al snel over te gaan tot de Sovjetische bezetting van Hongarije. Op de eerste verdieping werd vooral ingegaan op de communistische periode. Er werd informatie gegeven over de Hongaarse geheime politie en de invloed van het communisme op de dagelijkse gang van zaken. Van de eerste verdieping moest je met een lift naar de kelder toe. Dit duurt ongeveer een tweetal minuten omdat de lift opzettelijk zeer langzaam daalt. Gedurende tijd wordt in de lift een video vertoond waarin een schoonmaker die verantwoordelijk was voor het schoonmaken van de ruimtes na executies, die in dit gebouw plaatsvonden, zijn verhaal verteld.



In de kelderverdieping zijn een aantal gevangeniscellen gereconstrueerd en werd ingegaan op de omstandigheden waaronder mensen gevangen werden gehouden door de Hongaarse geheime dienst. Het museum is naar mijn mening minder gericht op het overbrengen van feitelijke informatie over dit deel van de Hongaarse geschiedenis maar meer op het inspelen op de emoties van de bezoekers. In bepaalde opzichten lijkt het meer op een soort spookhuis op de kermis, qua effecten, dan een museum. De strekking van het museum is dat zowel het nazisme als het communisme zaken zijn, die de Hongaren overkomen zijn en waar ze dus eigenlijk geen echte verantwoordelijkheid voor dragen. Beide zaken worden gepresenteerd als een tweetal bezettingen, terwijl er in Hongarije natuurlijk fascistische en later communistische partijen zijn geweest met Hongaren. Een ander opmerkelijk detail was dat de broodjes die in het restaurant verkocht werden allemaal voorzien waren van een Hongaars vlaggetje. Iets dat ik verder in Boedapest nergens gezien heb.



Vrijdag 1 mei 2015 (middag)
In Boedapest is ook een museum dat uitsluitend over de Holocaust gaat. (http://www.hdke.hu/en/visitors) In het "House of Terror" is dit iets, dat slechts zijdelings aan bod komt. In het museum is een permanente expositie waar ingegaan wordt op de positie van de Joden in Hongarije. Hier komt niet alleen de Tweede Wereldoorlog zelf aan bod, maar ook de anti Joodse maatregelen, die al in de jaren '20 en '30 in Hongarije werden genomen.



Het museum was nogal donker van opzet en daardoor was het lastig om hier goede foto's te nemen. Het was er erg rustig en dat was blijkbaar ook de oorzaak dat zowel het aanwezige restaurant als de boekwinkel niet meer in functie waren. In het gebouw zat ook een prachtige Joodse synagoge.



Ter afsluiting van deze laatste dag in Boedapest was ik rond een uur of drie bij het Nationale Museum van Hongarije. (http://hnm.hu/en) Dit is een groot museum waar van alles te vinden is dat te maken heeft met de geschiedenis van het land.



Het museum is in 1802 opgericht en zit sinds 1847 in het huidige gebouw. Het museum zelf bestaat uit een aantal gedeelten. Zo is er een muntenverzameling, een schilderijenverzameling, een afdeling met vondsten uit de oudheid en een gedeelte dat speciaal over de middeleeuwen gaat.



Na binnenkomst in het museum kun je via een centrale hal naar de verschillende delen van het museum gaan.



Via een grote monumentale trap kom je uit op de eerste verdieping van het museum waar de periode vanaf 804 tot de huidige tijd behandeld wordt. In de kelder bevindt zich nog een collectie uit de tijd van de Romeinen.



Op de eerste verdieping is een zeer uitgebreide collectie te vinden over de Hongaarse geschiedenis. Er bevinden zich voorwerpen uit de voormalige kastelen van Boeda en Visegrad. Er zijn wapens, helmen en harnassen uit de periode tot de Middeleeuwen te zien. Zelfs een complete Turkse veldheertent wordt tentoongesteld.



De toelichtingen in het museum waren over het algemeen vrij duidelijk en er waren ook voldoende teksten in het Engels beschikbaar.



De geschiedenis vanaf 804 werd keurig netjes opgedeeld in verschillende periodes, die elk in een verschillende zaak behandeld werden.



Tijdens de afgelopen zomervakantie ben ik ook een aantal dagen in Wenen geweest. Vanwege de gezamenlijke geschiedenis van Oostenrijk en Hongarije is het interessant om allerlei zaken nu weer terug te zien komen, maar dan vanuit het Hongaarse perspectief.



Een van de pronkstukken van het museum is een Piano, die door Frans Liszt in 1873 aan het Hongaarse Nationale Museum is geschonken. De piano was oorspronkelijk bedoeld voor Beethoven, is ook door Beethoven gebruikt. Na zijn dood is de piano uiteindelijk in handen gekomen van Frans Liszt.



Op de eerste verdieping werd de tentoonstelling afgesloten met de geschiedenis van Hongarije onder het communisme.



Na het belangrijkste deel van het museum gezien te hebben, heb ik nog een kijkje genomen in de kelder, waar zoals eerder vermeld, een grote collectie uit de Romeinse tijd te zien was.



Hierna ben ik met de metro terug gegaan naar het Oost-Station van Boedapest om daar nog wat te eten en vervolgens weer op tijd terug te zijn bij het hotel. Op zaterdag moest ik immers al vroeg uit bed om met de trein van half 8 te vertrekken uit Berlijn.



Het hotel waar ik zat, viel onder de "Best Western" hotel keten. Het zag er over het algemeen goed uit, alleen werkte de airconditioning niet goed, waardoor het 's nachts wel behoorlijk warm kon worden. Het was handig dat ik oordopjes had meegenomen, want doordat het hotel langs een grote weg stond, hoorde je al snel het geluid van de auto's. Ook 's avonds en 's nachts kon het behoorlijk druk zijn op deze grote weg.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen

Filtered HTML

Plain text

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.