Reisverslag Hamburg 2023 deel 8

Woensdag 18 oktober 2023
Dit is het tweede deel van het reisverslag uit het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg. De foto’s komen nog steeds van de begane grond van dit museum. Een aparte ruimte is ingericht met Joodse kunst. Begin 1939 werden de Joden verplicht om per verordening allerlei edelmetalen af te geven. Rond de 20 ton zilver werd toen in Hamburg in beslag genomen. Een deel van het zilver werd door Hamburg van de Duitse regering gekocht om in de musea te bewaren. Een flink deel van het in beslag genomen zilver werd uiteindelijk gesmolten. Na de oorlog was er nog ongeveer twee ton in bezit van de stad Hamburg. De Britse bezetter bepaalde dat dit teruggegeven moest worden aan de rechtmatige eigenaars. Tot 1958 kon ongeveer een ton zilver worden teruggegeven. Het resterende deel is hierna verdeeld over de verschillende musea in Hamburg.



De eerste van een aantal speciaal ingerichte ruimtes van het museum staat vol met voorwerpen uit de baroktijd. Dit is de periode tussen 1630 en 1730.



De volgende ruimte is de Hamburger kamer die ingericht is op een 17de eeuwse manier.



De Louis Seize ruimte bestaat uit meubels die oorspronkelijk in de villa stonden van de Hamburgse zakenman Nicolaus Gottlieb Lütkens (overleden 1788). Vanwege zijn handelscontacten met Frankrijk was hij waarschijnlijk de enige persoon in Hamburg met deze inrichting van zijn huis. De stijl is vernoemd naar de Franse koning Lodewijk XVI.



In de tweede helft van de 19de eeuw werden er allerlei van dit soort musea opgericht vanwege de wereldtentoonstellingen die toen in opkomst waren. Er werd in de musea van die tijd uitgebreid verzameld om een soort voorbeeldverzameling te krijgen die ook liet zien wat je op een wereldtentoonstelling kon zien. De vitrines die hier te zien zijn, geven een inzicht in de voorwerpen die in de begintijd van dit museum verzameld werden.



De eerste wereldtentoonstelling vond in 1851 plaats in Londen. Dit was ook de tijd waarop handwerk steeds meer vervangen werd door industriële productie. De kritiek hierop was dat het in esthetische zin van mindere kwaliteit was. De musea die toen ontstonden verzamelden niet alleen voorwerpen uit het verleden maar ook uit het heden. De wereldtentoonstellingen waren hierbij een grote bron van informatie vooral voor wat voorwerpen uit andere culturen betreft.



Op de eerste en tweede verdieping van het museum bevinden zich een aantal ruimtes die ingericht zijn met tijdelijke tentoonstellingen. Een ruimte is ingericht over het thema “Muziek en kunstmatige intelligentie”, een andere gaat over het onderwerp “expressionisme en dans”.





In 2002 heeft het museum een collectie houten speelgoed verworven van Lyonel Feininger (1871 – 1956). Hij startte in 1910 met het maken van dit speelgoed voor zijn zonen. Een van de bezoekers van het museum heeft een legaat nagelaten waarmee na zijn overlijden een locomotief met vier wagons aangeschaft konden worden, die door Feininger ontworpen zijn. Het plan van Feininger om het speelgoed grootschalig te gaan produceren is nooit uitgekomen.



Vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw verspreidde de Art Deco stijl die in Frankrijk ontstaan was zich over de wereld. In 1925 vond er in Parijs een expositie plaats waarin deze nieuwe stijl aan de wereld werd voorgesteld. Frankrijk wilde hier laten zien dat het vooropliep in het produceren van luxeproducten met een goede smaak. De Art-Deco werd ook gezien als tegenhanger van de Duitse industrie waar het vooral om massaproductie ging.



Bij het bedrijf AEG was Peter Behrens verantwoordelijk voor de vormgeving van nieuwe technische apparaten. Hij hield zich ook bezig met het ontwerpen van het logo van het bedrijf en het gebruik hiervan op alle mogelijke manieren. AEG was hierdoor het eerste bedrijf wat op bedrijfsmatige manier aan zijn design werkte. In het museum staan verschillende voorwerpen die door Behrens ontworpen zijn.



Vanaf 1900 werden in dit soort musea ook steeds meer hedendaagse voorwerpen verzameld. De eerste directeur van het Hamburgse museum, Justus Brinckmann, kocht vanaf het begin van de 20ste eeuw in Parijs allerlei meubels die de basis vormen voor de collectie Jugendstil van het museum. De “Parijse zaal’ van het museum is zodanig ingericht dat het voor de bezoeker lijkt alsof het gaat om een ruimte waarin ook gewoond kan worden. Aan de hand van historische foto’s is deze ruimte in het huidige museum gereconstrueerd.



De familie Sultan was een Joodse familie die tot 1939 in Berlijn woonde. Hun villa werd in 1939 in beslag genomen De familie slaagde erin om als een van de laatste in 1941 uit Duitsland te vluchten naar Portugal en Zwitserland. De villa werd door de Duitse regering tegen een zeer lage prijs verkocht. De meubels kwamen via de kunsthandel in bezit van een Berlijnse bankiersfamilie. Nadat ze in 1964 opnieuw te koop kwamen, zijn ze door dit museum gekocht. In 1987 maakten de erfgenamen van de familie Sultan aanspraak op de meubels. Er is toen een regeling getroffen waarbij uiteindelijk acht delen in het museum konden blijven.



De Wiener Werkstätte was een samenwerking tussen een aantal beeldende kunstenaars die bestaan heeft van 1903 tot en met 1932. Hier werd handwerk in allerlei verschillende stijlen gemaakt. Hier gaat het dan om voorwerpen zoals sieraden, textiel voor kleding, keramiek, potten en meubelen. Er was hier geen sprake van grootschalige productie zoals dat bij andere werkplaatsen van kunstenaars het geval was. Bij de ontwerpen werd gebruik gemaakt van allerlei geometrische motieven.



Vanwege een verbouwing waren bepaalde delen van het museum op de eerste en vooral de tweede verdieping helaas niet te bezoeken. Hieronder een foto van de ruimte met islamitische kunst.



In de islam komen afbeeldingen van God niet voor. De koran heeft dan ook geen afbeeldingen zoals dat in de Torah en de Bijbel wel het geval is. Hierdoor wordt in de islam voor afbeeldingen veel gebruik gemaakt van letters en ornamenten. Het alfabet wordt door de moslims gezien als een uitvinding van God.



Een tijdelijke tentoonstelling laat een groot aantal materialen zien die gebruikt zijn tijdens de protesten in de Arabische wereld van zo’n 15 jaar geleden.



Vervolgens zijn er nog een aantal ruimtes met foto’s, afbeeldingen van posters en ornamenten. Voor een deel in aparte zalen te zien, maar ook de gangen van de tweede verdieping van het gebouw zijn hiervoor gebruikt.





Tot slot nog een laatste foto uit dit museum. Het laat de inrichting zien van het Spiegel gebouw in Hamburg. In 1968 is het gebouw door een Deense architect van binnen volledig opnieuw ingericht. In de loop van de jaren is de inrichting in steeds meer ruimtes wit overgeschilderd. Alleen de kantine is altijd in originele staat bewaard gebleven. In 2008 is de kantine onder bescherming van monumentenzorg gekomen. Nadat het tijdschrift Spiegel in 2011 uit het gebouw vertrok, is de volledige inrichting van de kantine daar afgebroken, aan het museum geschonken en hier weer opgebouwd.



Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen

Filtered HTML