Dinsdag 30 april 2024
Nadat ik in de ochtend het stadsmuseum van Erfurt en de herdenkingsplek bij het voormalige bedrijf Topf & Zonen heb bezocht, ben ik in het begin van de middag teruggegaan naar het centrum van Erfurt. Hier ben ik eerst nog even bij de Severiuskerk gaan kijken. Deze kerk, die naast de Dom van Erfurt staat was gisteren gesloten. Vandaag was de kerk wel weer gewoon open. Op de huidige plek van de kerk heeft al in de eerste helft van de 9de eeuw een kerk van de orde van de benedictijnen gestaan. Na de stadsbrand van 1472 is een groot deel van de kerk afgebrand. Op de onderstaande foto uit de kerk is het hoogaltaar uit 1670 in barokke stijl te zien.

Hierna ben ik doorgelopen naar de voormalige Stasi onderzoeksgevangenis in de Andreasstrasse. Dit gebouw is tegenwoordig een museum. Op 4 december 1989 werd door een groot aantal burgers het gebouw bezet om te voorkomen dat de dossiers van de Stasi door de medewerkers vernietigd zouden worden. Voor de ingang van de voormalige gevangenis hadden een aantal mensen bloemen en foto’s weggelegd ter herdenking van de overleden Russische oppositieleider Navalny.

Als je door de ingang naar binnengaat kom je uit in een moderne ontvangstruimte waar zich de kassa en een winkeltje bevinden. Het museum bestaat dan uit een tweetal onderdelen. Een tentoonstelling over de geschiedenis van het leven in de DDR met speciale aandacht voor Erfurt en een verdieping van de gevangenis die nog in originele toestand is zodat je een goed beeld krijgt van hoe dit gebouw er in de tijd van de DDR uitzag.

Doordat een verdieping van de gevangenis nog steeds in originele staat is, geeft dit goed het beklemmende gevoel weer dat de gevangenen hier gevoeld moeten hebben. In de verschillende cellen is informatie te vinden over het leven in de gevangenis en het verhaal van bepaalde individuele gevangenen. Overdag werd elke cel om de vijf tot acht minuten gecontroleerd. Op de gang lag een tapijt zodat de gevangenen niet goed konden horen wanneer er een bewaker aankwam. ’s Nachts gebeurde dit elke 20 minuten waarbij dan elke keer het licht in de cel werd aangedaan.

Een individueel verhaal is dat van Gerd-Peter Leube. In 1978 bezocht hij de 1 mei bijenkomst op de Domplatz in Erfurt. Hier liet hij het spandoek zien dat nu in de gevangenis hangt. Hij werd door de geheime dienst gearresteerd en veroordeeld tot drie jaar en zes maanden gevangenis wegens “staatsfeindlicher Hetze”. Dit was een wetsartikel in de DDR dat zo ruim geformuleerd was, dat je hiermee iedereen die maar enige kritiek had op de DDR kon opsluiten en veroordelen.

Een van de cellen is ingericht met originele meubels uit de tijd dat het gebouw nog als gevangenis in gebruik was. Het sanitair, de spiegel en de kledinghaak zijn uit 1970 en origineel.

Iemand die opgepakt was, werd eerst op het politiebureau verhoord. Hierna werd de gevangene naar een gevangenis van de Stasi gebracht voor onderzoek. Na aankomst werden de gevangen gefouilleerd. Persoonlijke spullen moesten ingeleverd worden. De gevangenen kregen gevangeniskleding en er werden foto’s gemaakt. De gevangenen zaten over het algemeen alleen op hun cel.

De volgende foto laat de doucheruimte van de gevangenis zien. Om te voorkomen dat de gevangenen wisten op welke plek ze gevangen zaten, zitten er in de cellen en ook in deze ruimte nergens normale ramen waar je door heen kunt kijken. Er wordt gebruik gemaakt van een soort glazen bouwstenen die wel licht doorlaten, maar waardoor je verder niets kunt zien. Gevangenen werden ook naar de gevangenis vervoerd in busjes zonder ramen. Hierdoor kon een gevangene dus in principe gewoon in zijn eigen stad opgesloten worden, zonder dat te weten.

De laatste foto van deze verdieping laat de toegangspoort zien waardoor de gevangenen naar binnen kwamen.

Het verslag gaat verder in het deel van de voormalige gevangenis dat is ingericht als tentoonstellingsruimte. Met behulp van een aantal korte stripverhalen wordt duidelijk gemaakt hoe groot de invloed van regering en partij op het dagelijkse leven van de mensen in de DDR was.

In elk stripverhaal zijn er steeds twee mogelijke uitkomsten. Elke keer draait het om een persoon die de keuze kan maken om mee te werken met het systeem of om niet mee te werken. Dit is te zien in het verhaal dat gaat over de Praagse lente in 1968. Nadat de opstand was neergeslagen door de Russische troepen drukken alle kranten in bezit van de SED een verklaring af waarin de partij aangeeft hierachter te staan. Een paar dagen later komt er dan een brief van een lezer die kritiek levert op de steun aan het neerslaan van de opstand. De medewerker van de krant heeft dan de keuze om de brief te melden bij de Stasi. In ruil hiervoor krijgt hij betere werkomstandigheden. De andere keuze is de brief te vernietigen zodat de schrijver hier geen problemen mee krijgt.

In de DDR was het alleen mogelijk om te gaan studeren als je lid was van de SED (of een van de andere toegestane partijen). Ook hier ligt dan weer de keuze voor om lid te worden van de SED en door middel van een goede studie een mooie baan te krijgen of geen lid te worden en vervolgens genoegen te moeten nemen met een slechtere baan.

Een laatste verhaal gaat over de collectivisering van de landbouw. Toen het oosten van Duitsland bezet was door de Russen werd begonnen om boerenbedrijven onder te brengen in grote collectieven. Er moest een einde komen aan het privé-eigendom van de boeren. Eerst werd begonnen met de grote bedrijven maar later kwamen ook de kleinere bedrijven aan de buurt. Wanneer boeren dit niet wilden werd op allerlei manieren druk uitgeoefend om toch het eigen bedrijf af te staan.

De volgende foto laat een aantal replica’s zien van propagandaposters en foto’s zien uit de begintijd van de DDR. De grote poster is een oproep om te gaan stemmen bij de “verkiezingen” van 15 oktober 1950. Op de foto is Wilhelm Pieck, de eerste en enige president van de DDR, te zien.

Een bekende grap in de DDR was de vraag wat de vier grote vijanden van het socialisme waren. Het antwoord is “lente, zomer, herfst en winter”. Als er in de DDR sprake was van tekorten werden deze door de overheid vaak geweten aan het weer. Het gevolg was dat er een heel systeem van ruilhandel ontstond. Ook werden goederen “meegenomen” van het bedrijf als mensen ze ergens anders nodig hadden.

Op 17 juni 1953 vond in de DDR een grote opstand plaats tegen de regering en de partij. Het volgende plakkaat is van twee dagen later. In Erfurt werd toen de noodtoestand uitgeroepen. Alle demonstraties en bijeenkomsten van meerdere personen werden verboden. Van 9 uur ’s avonds tot 5 uur in de ochtend mochten mensen niet naar buiten.

Vanaf mei 1952 begon de DDR met het afsluiten van de grens met de Bondsrepubliek Duitsland. Hierna was tot de bouw van de muur in 1961 Berlijn nog de enige mogelijkheid om het land te verlaten. In de zomer van 1952 en opnieuw in de herfst van 1961 werden in Thüringen rond de 5700 mensen gedwongen hun huis te verlaten. Ze woonden in de omgeving van de grens en waren volgens de regering van de DDR niet betrouwbaar genoeg om hier te wonen. De mensen die in de vijf kilometer brede sperzone mochten blijven wonen, kregen met strenge veiligheidsmaatregelen te maken.

In de DDR werd ook de kunst in dienst gesteld van de staat en de partij. Abstractie kunst werd niet gewaardeerd, het moest vooral realistisch zijn. In kunst moest de gewone arbeider centraal staan.

De DDR presenteerde zich als land van de vrede. Tegelijkertijd bewapende het land zich in de loop van de tijd steeds meer onder het motto: “Der Friede muss bewaffnet sein”. Vanaf 1978 is er op alle scholen militair onderwijs.

Televisiekijken was in de DDR erg populair. En dan niet naar de Oost-Duitse maar naar de West-Duitse televisie die in grote delen van de DDR te ontvangen was. Officieel was dit verboden maar in de praktijk werd het oogluikend toegestaan. In het begin van de jaren ’80 bezat 90 procent van de bevolking een tv toestel.

In de jaren ’80 ontstaat er langzaamaan steeds meer protest tegen de omstandigheden in de DDR. Deze protesten komen vooral van jongeren. De kerk krijgt als een soort vrijplaats hierin een belangrijke rol.

In de loop van de jaren heeft de geheime dienst van de DDR een steeds uitgebreider netwerk van spionnen opgezet om zoveel mogelijk mensen in de gaten te kunnen houden. De Stasi had feitelijk onbeperkte mogelijkheden hiervoor. De volgende foto laat allerlei voorwerpen zien die de Stasi hiervoor gebruikte.

Een voorbeeld hiervan is te zien op de onderstaande foto. Op het eerste gezicht lijkt dit gewoon een normaal huurverdrag uit 1968. In werkelijkheid heeft de Stasi deze woning onder een dekmantel gehuurd om zo iemand in hetzelfde gebouw of in de buurt in de gaten te kunnen houden.

In dit deel van het gebouw dat is opgeknapt voor de tentoonstelling is wel de originele structuur in takt gelaten. Door het midden van de verdieping loopt nog steeds de gang met alle deuren naar de cellen. De cellen zelf zijn nu uitgebroken waardoor links en rechts grotere ruimtes zijn ontstaan voor de permanente tentoonstelling.

In de loop van 1989 nemen de protesten in de DDR steeds meer toe. Doordat in een aantal landen in het Oostblok de communistische regeringen ten val kwamen, ging het ijzeren gordijn steeds verder open. Inwoners van de DDR konden via Hongarije of de ambassade van West-Duitsland in Praag naar het buitenland vluchten. De demonstraties leidden op 9 november 1989 tot de val van de muur.

Op de volgende foto is een kopieerapparaat te zien dat door dissidenten gebruikt werd voor het vermenigvuldigen van pamfletten. Kopieerapparaten waren er in de DDR nauwelijks zodat het voor gewone inwoners lastig was om snel grote hoeveelheden van een pamflet, brief of iets anders te vermenigvuldigen.

Op 4 december 1989 werd dit gebouw in Erfurt bezet om te voorkomen dat er nog meer dossiers vernietigd zouden worden. Een burgerwacht controleerde iedereen die het gebouw binnenkwam of verliet. Ook de tassen van medewerkers werden gecontroleerd. Ook verzegelden de bezetters deuren. De armband die hieronder te zien was, is door de bezetters zelf gemaakt.


Het gebouw aan de Andreasstrasse is al sinds het Duitse keizerrijk in gebruik als onderzoeksgevangenis. Ten tijde van de nazi’s werden hier ook veel politieke gevangenen opgesloten. Een bezoek aan het gebouw is zeker aan te raden. Het geeft vooral een goed beeld van de omstandigheden voor de gevangenen in de tijd van de DDR.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina
Nadat ik in de ochtend het stadsmuseum van Erfurt en de herdenkingsplek bij het voormalige bedrijf Topf & Zonen heb bezocht, ben ik in het begin van de middag teruggegaan naar het centrum van Erfurt. Hier ben ik eerst nog even bij de Severiuskerk gaan kijken. Deze kerk, die naast de Dom van Erfurt staat was gisteren gesloten. Vandaag was de kerk wel weer gewoon open. Op de huidige plek van de kerk heeft al in de eerste helft van de 9de eeuw een kerk van de orde van de benedictijnen gestaan. Na de stadsbrand van 1472 is een groot deel van de kerk afgebrand. Op de onderstaande foto uit de kerk is het hoogaltaar uit 1670 in barokke stijl te zien.

Hierna ben ik doorgelopen naar de voormalige Stasi onderzoeksgevangenis in de Andreasstrasse. Dit gebouw is tegenwoordig een museum. Op 4 december 1989 werd door een groot aantal burgers het gebouw bezet om te voorkomen dat de dossiers van de Stasi door de medewerkers vernietigd zouden worden. Voor de ingang van de voormalige gevangenis hadden een aantal mensen bloemen en foto’s weggelegd ter herdenking van de overleden Russische oppositieleider Navalny.

Als je door de ingang naar binnengaat kom je uit in een moderne ontvangstruimte waar zich de kassa en een winkeltje bevinden. Het museum bestaat dan uit een tweetal onderdelen. Een tentoonstelling over de geschiedenis van het leven in de DDR met speciale aandacht voor Erfurt en een verdieping van de gevangenis die nog in originele toestand is zodat je een goed beeld krijgt van hoe dit gebouw er in de tijd van de DDR uitzag.

Doordat een verdieping van de gevangenis nog steeds in originele staat is, geeft dit goed het beklemmende gevoel weer dat de gevangenen hier gevoeld moeten hebben. In de verschillende cellen is informatie te vinden over het leven in de gevangenis en het verhaal van bepaalde individuele gevangenen. Overdag werd elke cel om de vijf tot acht minuten gecontroleerd. Op de gang lag een tapijt zodat de gevangenen niet goed konden horen wanneer er een bewaker aankwam. ’s Nachts gebeurde dit elke 20 minuten waarbij dan elke keer het licht in de cel werd aangedaan.

Een individueel verhaal is dat van Gerd-Peter Leube. In 1978 bezocht hij de 1 mei bijenkomst op de Domplatz in Erfurt. Hier liet hij het spandoek zien dat nu in de gevangenis hangt. Hij werd door de geheime dienst gearresteerd en veroordeeld tot drie jaar en zes maanden gevangenis wegens “staatsfeindlicher Hetze”. Dit was een wetsartikel in de DDR dat zo ruim geformuleerd was, dat je hiermee iedereen die maar enige kritiek had op de DDR kon opsluiten en veroordelen.

Een van de cellen is ingericht met originele meubels uit de tijd dat het gebouw nog als gevangenis in gebruik was. Het sanitair, de spiegel en de kledinghaak zijn uit 1970 en origineel.

Iemand die opgepakt was, werd eerst op het politiebureau verhoord. Hierna werd de gevangene naar een gevangenis van de Stasi gebracht voor onderzoek. Na aankomst werden de gevangen gefouilleerd. Persoonlijke spullen moesten ingeleverd worden. De gevangenen kregen gevangeniskleding en er werden foto’s gemaakt. De gevangenen zaten over het algemeen alleen op hun cel.

De volgende foto laat de doucheruimte van de gevangenis zien. Om te voorkomen dat de gevangenen wisten op welke plek ze gevangen zaten, zitten er in de cellen en ook in deze ruimte nergens normale ramen waar je door heen kunt kijken. Er wordt gebruik gemaakt van een soort glazen bouwstenen die wel licht doorlaten, maar waardoor je verder niets kunt zien. Gevangenen werden ook naar de gevangenis vervoerd in busjes zonder ramen. Hierdoor kon een gevangene dus in principe gewoon in zijn eigen stad opgesloten worden, zonder dat te weten.

De laatste foto van deze verdieping laat de toegangspoort zien waardoor de gevangenen naar binnen kwamen.

Het verslag gaat verder in het deel van de voormalige gevangenis dat is ingericht als tentoonstellingsruimte. Met behulp van een aantal korte stripverhalen wordt duidelijk gemaakt hoe groot de invloed van regering en partij op het dagelijkse leven van de mensen in de DDR was.

In elk stripverhaal zijn er steeds twee mogelijke uitkomsten. Elke keer draait het om een persoon die de keuze kan maken om mee te werken met het systeem of om niet mee te werken. Dit is te zien in het verhaal dat gaat over de Praagse lente in 1968. Nadat de opstand was neergeslagen door de Russische troepen drukken alle kranten in bezit van de SED een verklaring af waarin de partij aangeeft hierachter te staan. Een paar dagen later komt er dan een brief van een lezer die kritiek levert op de steun aan het neerslaan van de opstand. De medewerker van de krant heeft dan de keuze om de brief te melden bij de Stasi. In ruil hiervoor krijgt hij betere werkomstandigheden. De andere keuze is de brief te vernietigen zodat de schrijver hier geen problemen mee krijgt.

In de DDR was het alleen mogelijk om te gaan studeren als je lid was van de SED (of een van de andere toegestane partijen). Ook hier ligt dan weer de keuze voor om lid te worden van de SED en door middel van een goede studie een mooie baan te krijgen of geen lid te worden en vervolgens genoegen te moeten nemen met een slechtere baan.

Een laatste verhaal gaat over de collectivisering van de landbouw. Toen het oosten van Duitsland bezet was door de Russen werd begonnen om boerenbedrijven onder te brengen in grote collectieven. Er moest een einde komen aan het privé-eigendom van de boeren. Eerst werd begonnen met de grote bedrijven maar later kwamen ook de kleinere bedrijven aan de buurt. Wanneer boeren dit niet wilden werd op allerlei manieren druk uitgeoefend om toch het eigen bedrijf af te staan.

De volgende foto laat een aantal replica’s zien van propagandaposters en foto’s zien uit de begintijd van de DDR. De grote poster is een oproep om te gaan stemmen bij de “verkiezingen” van 15 oktober 1950. Op de foto is Wilhelm Pieck, de eerste en enige president van de DDR, te zien.

Een bekende grap in de DDR was de vraag wat de vier grote vijanden van het socialisme waren. Het antwoord is “lente, zomer, herfst en winter”. Als er in de DDR sprake was van tekorten werden deze door de overheid vaak geweten aan het weer. Het gevolg was dat er een heel systeem van ruilhandel ontstond. Ook werden goederen “meegenomen” van het bedrijf als mensen ze ergens anders nodig hadden.

Op 17 juni 1953 vond in de DDR een grote opstand plaats tegen de regering en de partij. Het volgende plakkaat is van twee dagen later. In Erfurt werd toen de noodtoestand uitgeroepen. Alle demonstraties en bijeenkomsten van meerdere personen werden verboden. Van 9 uur ’s avonds tot 5 uur in de ochtend mochten mensen niet naar buiten.

Vanaf mei 1952 begon de DDR met het afsluiten van de grens met de Bondsrepubliek Duitsland. Hierna was tot de bouw van de muur in 1961 Berlijn nog de enige mogelijkheid om het land te verlaten. In de zomer van 1952 en opnieuw in de herfst van 1961 werden in Thüringen rond de 5700 mensen gedwongen hun huis te verlaten. Ze woonden in de omgeving van de grens en waren volgens de regering van de DDR niet betrouwbaar genoeg om hier te wonen. De mensen die in de vijf kilometer brede sperzone mochten blijven wonen, kregen met strenge veiligheidsmaatregelen te maken.

In de DDR werd ook de kunst in dienst gesteld van de staat en de partij. Abstractie kunst werd niet gewaardeerd, het moest vooral realistisch zijn. In kunst moest de gewone arbeider centraal staan.

De DDR presenteerde zich als land van de vrede. Tegelijkertijd bewapende het land zich in de loop van de tijd steeds meer onder het motto: “Der Friede muss bewaffnet sein”. Vanaf 1978 is er op alle scholen militair onderwijs.

Televisiekijken was in de DDR erg populair. En dan niet naar de Oost-Duitse maar naar de West-Duitse televisie die in grote delen van de DDR te ontvangen was. Officieel was dit verboden maar in de praktijk werd het oogluikend toegestaan. In het begin van de jaren ’80 bezat 90 procent van de bevolking een tv toestel.

In de jaren ’80 ontstaat er langzaamaan steeds meer protest tegen de omstandigheden in de DDR. Deze protesten komen vooral van jongeren. De kerk krijgt als een soort vrijplaats hierin een belangrijke rol.

In de loop van de jaren heeft de geheime dienst van de DDR een steeds uitgebreider netwerk van spionnen opgezet om zoveel mogelijk mensen in de gaten te kunnen houden. De Stasi had feitelijk onbeperkte mogelijkheden hiervoor. De volgende foto laat allerlei voorwerpen zien die de Stasi hiervoor gebruikte.

Een voorbeeld hiervan is te zien op de onderstaande foto. Op het eerste gezicht lijkt dit gewoon een normaal huurverdrag uit 1968. In werkelijkheid heeft de Stasi deze woning onder een dekmantel gehuurd om zo iemand in hetzelfde gebouw of in de buurt in de gaten te kunnen houden.

In dit deel van het gebouw dat is opgeknapt voor de tentoonstelling is wel de originele structuur in takt gelaten. Door het midden van de verdieping loopt nog steeds de gang met alle deuren naar de cellen. De cellen zelf zijn nu uitgebroken waardoor links en rechts grotere ruimtes zijn ontstaan voor de permanente tentoonstelling.

In de loop van 1989 nemen de protesten in de DDR steeds meer toe. Doordat in een aantal landen in het Oostblok de communistische regeringen ten val kwamen, ging het ijzeren gordijn steeds verder open. Inwoners van de DDR konden via Hongarije of de ambassade van West-Duitsland in Praag naar het buitenland vluchten. De demonstraties leidden op 9 november 1989 tot de val van de muur.

Op de volgende foto is een kopieerapparaat te zien dat door dissidenten gebruikt werd voor het vermenigvuldigen van pamfletten. Kopieerapparaten waren er in de DDR nauwelijks zodat het voor gewone inwoners lastig was om snel grote hoeveelheden van een pamflet, brief of iets anders te vermenigvuldigen.

Op 4 december 1989 werd dit gebouw in Erfurt bezet om te voorkomen dat er nog meer dossiers vernietigd zouden worden. Een burgerwacht controleerde iedereen die het gebouw binnenkwam of verliet. Ook de tassen van medewerkers werden gecontroleerd. Ook verzegelden de bezetters deuren. De armband die hieronder te zien was, is door de bezetters zelf gemaakt.


Het gebouw aan de Andreasstrasse is al sinds het Duitse keizerrijk in gebruik als onderzoeksgevangenis. Ten tijde van de nazi’s werden hier ook veel politieke gevangenen opgesloten. Een bezoek aan het gebouw is zeker aan te raden. Het geeft vooral een goed beeld van de omstandigheden voor de gevangenen in de tijd van de DDR.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen