Reisverslag Lodz 2021 deel 23

Tags
Dinsdag 19 oktober 2021
Het museum van de stad Lodz is gevestigd in het voormalige Poznansky paleis. Dit was dus in eigendom van de Pools Joodse ondernemer Poznansky die begraven ligt op de Joodse begraafplats van de stad. Het gebouw is een onderdeel van een heel complex van fabrieksgebouwen en huizen voor arbeiders. Dit museum is hier sinds 1975 gevestigd.



Bij binnenkomst in het museum zie je meteen de prachtige houten trappenhal van de onderstaande foto. Via de trap kom je dan uit op de eerste verdieping waar de verschillende ruimtes van het museum gevestigd zijn.



De eerste ruimte is de spiegelzaal. Deze zaal is niet ingericht als museum maar geeft hierdoor wel een goed beeld hoe dit gedeelte eruitzag doen de oorspronkelijke eigenaren hier nog leefden.



Hierna volgen nog enkele van dit soort ruimtes. Wat erg jammer is, is dat hier in het museum geen nadere informatie over gegeven wordt. Hierdoor wordt niet duidelijk wat de originele functies van deze ruimtes was en uit welke tijd de inrichting bijvoorbeeld stamt.





Na een aantal grote zalen kom je in kleinere ruimtes waaronder die op de volgende foto. Hierin staan een aantal voorwerpen uit China en Japan die door de Poznanski familie verzameld zijn.





In het museum wordt verder ook aandacht besteed aan verschillende bekende persoonlijkheden uit de stad Lodz. De eerste is Marek Edelman. Hij was een van de leiders van de opstand in het getto van Warschau. Na de Tweede Wereldoorlog is hij gaan wonen in Lodz en werd daar actief als cardioloog. Tijdens de communistische tijd was hij actief bij Solidarnosc en van 1989 tot 1993 lid van het Poolse parlement.



Een andere bekende inwoner van Lodz is Karl Dedecius. Hij is hier in 1921 geboren en is uiteindelijk in Duitsland terecht gekomen. Hier heeft hij het Duitse instituut voor Poolse cultuur in Darmstadt opgericht. Ook was hij de uitgever van het vijftig delige werk over de geschiedenis van de Poolse literatuur van de Middeleeuwen tot in het heden.





In de volgende ruimte staat Arthur Rubinstein centraal. Tussen 1900 en 1976 is het actief geweest als pianist. Vanaf de Tweede Wereldoorlog woonde hij in de Verenigde Staten en werd later ook Amerikaans staatsburger.



Rubinstein is ook onderscheiden in de Orde van Oranje-Nassau. Deze onderscheiding is te zien in het stadsmuseum van Lodz.



Het modern ingerichte deel van het museum bevindt zich op de tweede verdieping van het gebouw. Dit is dan meteen ook het gedeelte waar de geschiedenis van de stad Lodz te zien is.

.

Hier komt ook uitgebreid de geschiedenis van Lodz ter sprake onder het communisme. Onderwerpen zijn dan de centrale planning bij de huisvesting die vooral plaatsvond door het bouwen van flats. Ook was er binnen de socialistische landen geen vrij verkeer van personen mogelijk. Vakantie in eigen land werd dan ook zoveel mogelijk gestimuleerd.



Voor wat betreft de Tweede Wereldoorlog komen de transporten van Joodse inwoners aan bod. De volgende foto laat een aantal posters zien van de onder het communisme verboden vakbond Solidarnosc. Later is deze vakbond een politieke partij geworden.



Op de onderstaande foto is het gedeelte van de tentoonstelling te zien die ingaat op de industriƫle geschiedenis van Lodz. Problemen die zich voordeden bij de ontwikkeling van de industrie waren onder andere de Pools-Russische oorlog van 1830 en 1831 en de economische crisis halverwege de 19de eeuw.

.

Het laatste gedeelte van het museum gaat specifiek in op het dagelijkse leven van de stad Lodz. In de tweede helft van de 19de eeuw kwamen steeds meer Russen in Lodz wonen. Ze bezetten de hoogste posities binnen de overheid. Polen werkten over het algemeen in lagere administratieve functies.



Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen

Filtered HTML