Reisverslag Hamburg 2023 deel 7

Woensdag 18 oktober 2023
De tweede dag van de vakantie in Hamburg zijn we begonnen met een bezoek aan het Museum für Kunst und Gewerbe. Dit museum bevindt zich in het centrum van Hamburg in de buurt van het Centraal Station. Het is opgericht in 1876 en beschikt over een grote collectie kunst uit Europa, Azië en allerlei oude culturen. Bij binnenkomst op de begane grond kom je als eerste terecht in een zaal met een verzameling muziekinstrumenten en een collectie porselein.



In de 18de eeuw was de mopshond de favoriete hond voor de betere klassen. Deze honden kwamen uit China. Het gevolg hiervan was dat deze hond ook veel voorkomt op keramiek en porselein uit China dat in deze periode gemaakt is.



Het cembalo op de volgende foto is gemaakt in Frankrijk rond 1730. Het is een van de weinige overgebleven muziekinstrumenten van deze soort. Gedurende de Franse revolutie werden veel snaarinstrumenten in beslag genomen en vervolgens massaal verbrand.



De collectie muziekinstrumenten in dit museum is bijeengebracht door professor Andreas Beurmann. In 1953 kocht hij zijn eerste instrument, een Italiaanse cembalo uit 1579. Het merendeel van de instrumenten is nog steeds bespeelbaar. Om het voortbestaan van de verzameling te garanderen heeft hij deze overgedragen aan dit museum. Er is toen een aparte vleugel gebouwd waar deze instrumenten nu te zien zijn.



In 1914 kocht een Joods ondernemerspaar een groot wandtapijt met komedieachtige figuren. In 1937 emigreerde de vrouw (de man was al overleden) naar de Verenigde Staten. Doordat ze legaal vertrokken betekende dit dat hun vermogen toeviel aan het Duitse Rijk. Een deel van de kunstverzameling mochten ze echter meenemen. Dit deel is echter nooit vanuit Hamburg vertrokken en in 1941 door de Gestapo in beslag genomen. Het wordt dan gekocht door een Berlijnse tapijthandelaar. Na de oorlog gaat het wandtapijt uiteindelijk terug naar de rechtmatige eigenaar. In 1952 wordt het op een veiling aangekocht door dit museum.



In het gedeelte met antieke kunst is onder andere dit beeld te zien van de Egyptische godin Isis. Dit beeld heeft vermoedelijk in een niche gestaan omdat de achterkant nauwelijks bewerkt is. De originele verf is van het beeld verdwenen.



Door het warme en droge klimaat van Egypte is textiel goed bewaard gebleven. Uit de 3de tot en met de 8ste eeuw zijn doeken met allerlei motieven van de Kopten bewaard gebleven. De verzameling in het museum bestaat uit doeken die door Duitse onderzoekers uit Egypte zijn meegenomen naar Duitsland.



Het gedeelte van het museum dat over de klassieke oudheid gaat, bestaat feitelijk uit allerlei zalen waarin de verschillende culturen uit die tijd aan bod kwamen. Hieronder een foto van de zal uit de tijd van de Oude Grieken.



In de volgende zaal komt de periode tussen 650 en 500 voor Christus aan bod. Dit is de Archaïsche periode waarin de bevolking groeide en er in de verschillende steden een elite ontstond.



Uit de 4de eeuw voor Christus is dit reliëf van de godin van de liefde, Aphrodite, dat voor een altaar staat en een cupido vasthoudt. Rechts is een ander reliëf te zien van de godin Artemis. Zij is de godin van de natuur en is afgebeeld als jager.



De Helleense periode liep vanaf de dood van Alexander de Grote in het jaar 323 voor Christus tot de verovering van de Griekse staten door de Romeinen in het jaar 30 voor Christus. Het volgende beeld waarvan het hoofd ontbreekt is van Alexander de Grote. Hij wordt hier afgebeeld als de stichter van de stad Alexandrië.



Tussen 1000 en 100 voor Christus leefden in Italië de Etrusken. Hoe ze in Italië terechtgekomen zijn of dat het de oorspronkelijke inwoners van dit gebied zijn, is niet duidelijk. De graven van de Etrusken die vol liggen met allerlei voorwerpen die meegegeven zijn met de overledenen zijn de belangrijkste bron van informatie over deze cultuur.



In de vierde eeuw voor Christus werden er in Griekenland veel beelden van personen gemaakt. Het ging dan meestal om politici, filosofen en dichters die overleden waren en op deze manier geëerd werden. In het oude Rome werden portretten vanaf de eerste eeuw voor Christus gemaakt.



Vanuit de ruimtes met voorwerpen uit de oudheid kom je in enkele ruimtes die ingericht zijn met objecten uit de Renaissance. Zoals dit wandkleed dat rond 1550 in Brussel is gemaakt en Minerva laat zien. Dat is de Godin van de oorlog en beschermvrouwe van de kunst.



Een bijzonder voorwerp is kast waarin een groot aantal laden zijn verwerkt. De voorkant van de kast bestaat uit een aantal ivoren afbeeldingen. Hierop zijn allerlei zaken uit verschillende werelddelen te zien. In de kast is ook een uitschuifbare wereldkaart verwerkt waarop verwijzingen over de Habsburgers te zien zijn. Het vermoeden is dan ook dat de kast gemaakt is voor koning Filip II van Spanje. In allerlei laden konden dan kunstvoorwerpen worden opgeborgen.



In de zestiende eeuw begonnen vorsten met het inrichten van eigen ruimtes in een paleis met kunstschatten. Deze kwamen vaak uit de hele wereld en dienden als statussymbool maar ook om te laten zien dat een vorst veel kennis had. Deze kunstkamers zijn als het ware de voorlopers van de huidige musea.



De volgende foto laat een schrijfmeubel zien dat gemaakt is in Oostenrijk rond 1550. Het meubel heeft een uitklapbare voorkant die kan dienen als schrijfblad. Op de verschillende laden zijn allerlei verschillende afbeeldingen te zien op het gebied van architectuur en de oudheid.



Het schaakspel uit het museum is gemaakt in Eger, dat tegenwoordig in Hongarije ligt. Op het schaakboord zelf zijn allerlei bloemen en vruchten afgebeeld. De schaakstukken zelf laten Turken zien die vechten tegen Indianen.



Het museum bestaat hier vooral uit allerlei kleinere ruimtes. Hieronder nog een foto uit de zaal met christelijke kunst.



In de Blohm-zaal, die vernoemd is naar Otto Blohm (een verzamelaar van porselein uit Hamburg) is zijn verzameling te zien. Vanwege werkzaamheden in het museum was een deel van de zaal nu in gebruik als opslagruimte waardoor niet alles te zien was. De verzameling van Otto Blohm stond tot zijn dood in 1944 in zijn villa en bestond toen uit rond 700 voorwerpen. In 1961 kreeg het museum een derde deel in bruikleen. Nadat de villa in 1972 gesloopt werd, zijn ook de wandschilderingen in bezit van het museum gekomen.



Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen

Filtered HTML