Reisverslag Göteborg 2023 Deel 26

Dinsdag 15 augustus 2023
Het stadsmuseum van Göteborg bezit een uitgebreide collectie voorwerpen die de gehele geschiedenis van deze stad en de omgeving omvatten. In het museum is een kopie te zien van een van de eerste brieven die vanuit Göteburg is gestuurd. Het is een brief van Johan Salvius die verantwoordelijk was voor de bouw van de stad uit de zomer van 1621.



De mensen die in Nya Lödöse woonden hadden geen andere keuze dan te verhuizen naar het nieuwe Göteburg. In de zomer van 1622 werd het water in de grote haven gelaten. Op dat moment waren er nog maar enkele huizen in Göteburg en werd er nog volop gebouwd. De beste plaatsen waren hierbij overigens niet voor de verhuizers beschikbaar maar voor buitenlandse handelaren.



In veel kerken langs de Zweedse kust hangen kleine modellen van schepen. In een aantal gevallen werden deze uit dankbaarheid aan de kerk geschonken als een schip veilig door een storm heengekomen was.



Hierna kom je in een aantal themaruimtes die gaan over het Göteborg uit de 17de eeuw. Het was voor vrouwen in die tijd heel gebruikelijk om parels te dragen. Ook op allerlei andere manieren werd de kleding verfraaid zoals te zien is op het portret van de onderstaande foto.



Een manier voor mensen om te laten zien hoe welvarend ze waren was door hun huizen vol te zetten met allerlei dure voorwerpen zoals bijvoorbeeld schilderijen. Ook het bed was in die tijd vooral een voorwerp om te laten zien hoe goed mensen het hadden. Rijke mensen konden in elke kamer een prachtig bed wegzetten met de bijbehorende bedsprei, kussens en gordijnen.



Aan het einde van de 17de eeuw leefden rond de 10.000 mensen in de stad. Als je een bepaald beroep uitoefende moest je lid zijn van een gilde. Deze gildes hadden hun eigen regels en zorgden ook voor de leden.



De eerste apotheek in Göteborg opende in het jaar 1642. Hij bleef op deze plaats bestaan tot in 1915. De naam van de winkel was Enhörningen (Eenhoorn) en er werden medicijnen maar ook specerijen, wijn en snoepgoed verkocht. In de etalage van de winkel heeft lange tijd een eenhoorn van goud gestaan.



In de 18de eeuw zette de groei van de stad verder door. Het werd een belangrijk centrum van de nationale en internationale handel. Vanwege de goede geografische ligging en de aanwezigheid van goedkope arbeid en allerlei grondstoffen trokken veel mensen naar de stad toe. Een belangrijk bedrijf was de Zweedse Oost-Indië Compagnie die in dit gebouw zijn hoofdkantoor had.



In de 17de eeuw hadden allerlei Europese landen hun eigen Oost-Indië Compagnie. In Zweden was dit het enige bedrijf dat handel mocht drijven met China. Het gevolg hiervan is dat de eigenaren van dit bedrijf enorm rijk werden. Eerst ging Zweeds hout en ijzer naar Spanje waar het geruild werd tegen zilver uit de Amerikaanse koloniën. Dit was namelijk de enige soort geld waarin de Chinezen geïnteresseerd waren. Vanuit China werden producten als thee, zijde, meubels en specerijen meegebracht. Het museum beschikt over een flinke verzameling voorwerpen uit deze tijd.



Vanaf de 19de eeuw werd de stad die toen nog omheind was en vooral uit houten gebouwen bestond getransformeerd in een open stad met stenen huizen. Na een aantal ernstige branden in het begin van de 19de eeuw werd het bouwen in hout helemaal verboden. Vanaf 1806 werden de stadsmuren neergehaald en konden allerlei nieuwe gebieden ontwikkeld worden. Zo ontstonden er allerlei parken, het treinstation en fabrieken.



In 1847 werd bij het Rosenlund kanaal een grote spinnerij weggezet die werkte op stoom. Deze fabriek zorgde toen voor een kwart van de katoenproductie in Zweden en bood werk aan 300 personen. Textielarbeiders waren gedurende de 19de eeuw de grootste groep fabrieksarbeiders. De arbeidsomstandigheden waren slecht met lage betalingen en werkdagen van 11 uur lang.



Vanaf 1809 was persvrijheid wettelijk gegarandeerd. Hierdoor ontstonden er steeds meer kranten die zich vooral richten op de middenklasse en hun interesses. Vanaf 1880 gaven ook de Sociaal Democraten hun eigen krant uit. Op de volgende foto is een Hagar drukpers te zien die met de hand aangedreven moest worden.



Vanaf 1866 werd een aparte wijk gebouwd met huizen voor de arbeiders. Het meest gebruikelijke type woonruimte van die tijd was een flat van een kamer met keuken. In het museum is een ingerichte kamer uit die tijd geweest van een arbeidsgezin met een bovengemiddeld inkomen.



De flats voor de rijkere middenklasse waren natuurlijk groter en beschikten over verschillende kamers voor speciale doeleinden. Gemiddeld had een flat hier vijf of zes kamers. De salon was één van de ruimtes waar gasten ontvangen werden. De foto hieronder laat de salon zien van een groothandelaar rond 1880.



Vanaf 1780 was het Joden toegestaan om te wonen in grote steden zoals Stockholm en Göteborg. David Abraham was de eerste Jood die vanuit Duitsland naar Göteborg vertrok. Het aantal Joden steeg naar rond de 400 in 1850. In 1855 werd er een nieuwe synagoge geopend nadat de oude te klein geworden was. Gedurende 1860 en 1870 kwamen vooral Joden uit Oost-Europa de kant van Göteborg op.



Gedurende de 19de eeuw werd Göteborg de belangrijkste handelsstad van Zweden. Voordat er banken waren speelden handelshuizen een belangrijke rol bij het verlenen van kredieten. Hieronder is een foto te zien van het kantoor van een handelaar uit die tijd.



Een bijzonder onderdeel van het museum is een verzameling minihuisjes. Vanaf het midden van de 16de eeuw werden deze verzameld door de rijke bovenlaag. Ze werden door vakmensen gemaakt op een schaal van 1 op 12 en dienden als statussymbool. Ze waren niet bedoeld om mee te spelen maar alleen om naar te kijken. Pas vanaf het midden van de 19de eeuw werden ze ook als speelobject gebruikt. Dit was ook de tijd dat steeds meer mensen zich dit konden veroorloven.



Een voorbeeld van één zo’n prachtig schaalmodel is op de volgende foto te zien. Het is een pottenbakkerij in vol bedrijf.



De tijdelijke tentoonstelling in het museum gaat over de veranderingen in de theaterwereld van de stad van 1960 tot 2000. Waar de theaterwereld tot dan toe nog erg traditioneel was, kwamen er vanaf nu allerlei moderne en alternatieve vormen van theater maken op.



In een ruimte onder het gebouw bevindt zich de schatkamer. Hier zijn de meest waardevolle voorwerpen van het museum zoals diamanten en gouden munten te zien.



Eén van de bijzondere voorwerpen hier is de onderstaande rekenmachine van Johann Jakob Sauter, Op de bovenkant van het apparaat zijn verschillende witte cirkels van emaille. De cirkels zijn van verschillende groottes en hebben allemaal getallen erop staan. Het exemplaar dat hier staat is het enig overgebleven rekenmachine. He vermoeden is dat deze machine rond 1800 aan het Zweedse koninklijke huis is verkocht. Met deze rekenmachine kunnen de bewerkingen optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen gedaan worden.



Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen

Filtered HTML