Reisverslag Berlijn april 2024 deel 22

Donderdag 2 mei 2024
Het gebied van de oude stad van Kostrzyn is het overblijfsel van de stad die hier voor 1945 stond en aan het einde van de Tweede Wereldoorlog is verwoest. Met behulp van Europese gelden is dit gebied vanaf 2000 behoorlijk aangepakt. Het terrein is beter toegankelijk gemaakt, er is een museum gevestigd, enkele bastions zijn gerestaureerd en de vestingmuren zijn zelf aangepakt. In het bastion Filip is tegenwoordig een museum gevestigd.



Naast veel informatie over de geschiedenis van de stad zijn in het museum allerlei oude restanten uit het verleden te zien, die soms bij opgravingen weer tevoorschijn zijn gekomen. Een voorbeeld hiervan is een steen ter herdenking van de Franse soldaten die in 1870 en 1871 hier om het leven kwamen.



Een overblijfsel uit de Eerste Wereldoorlog is een Duitstalige herdenkingssteen voor de gevallen soldaten van het 2de Brandenburgse bataljon.



In de Kietzerstrasse 169 bevond zich het café “Zur Deutschen Eiche”. De eigenaar hiervan was slager. Op het moment dat soldaten hier voor hun afscheid kwamen kregen ze een bot van een geslacht dier waarop ze hun naam schreven. Deze werden dan als aandenken in het café opgehangen.



In de 19de eeuw ging de stad zich ook uitbreiden buiten de oude stadsmuren. De volgende foto laat het huidige station van de stad Kostrzyn zien.



Omdat het museum zich in de vestingmuren bevindt, was het hier in vergelijking met buiten heerlijk fris. Het museum is uitstekend gedocumenteerd met veel fotomateriaal en originele voorwerpen. Alle teksten zijn zowel in het Duits als het Pools.



Hildebrandt von Kracht was van 1612 tot 1638 gouverneur van de vesting Küstrin. Hij heeft gezorgd voor het oprichten van de eerste reguliere eenheid van het leger van Brandenburg in 1626. Na zijn dood werd hij begraven op de begraafplaats van de Trockenplatz. In 1924 werd besloten om op de begane grond van de hoofdtoren van de oude stad een kapel in te richten. Hier werd ook de kist met zijn overblijfselen weggezet. Op zijn vroegere begraafplaats werd een herdenkingssteen weggezet. De herdenkingssteen is licht beschadigd bewaard gebleven en staat nu in het museum.



De Marienkirche stond in de oude stad. Hier zijn dan ook veel bekende persoonlijkheden van de stad begraven. De kindersterfte in de 16de eeuw was groot. Hieronder is de grafsteen te zien waaronder de vier kinderen van Liberius von Schlieben, een belangrijke ambtenaar uit die tijd, begraven lagen.



Het schaalmodel op de volgende foto geeft een goed beeld van hoe de vestingstad er in het verleden uitzag. Het deel van de maquette dat binnen de vestingmuren ligt, is nu te bezoeken en bestaat behalve de vestingmuren enkel nog uit het voormalige stratenpatroon en wat restanten van gebouwen.



Tijdens de zevenjarige oorlog en het einde van de Franse bezetting was Küstrin zwaar beschadigd. De wederopbouw van alle gebouwen heeft vervolgens een lange tijd in beslag genomen. Zo werd pas in 1880 begonnen met het zoeken naar de restanten van leden van de Duitse keizerlijke familie (Hohenzollern) die hier begraven waren. Uiteindelijk werd de crypte gevonden en opnieuw toegankelijk gemaakt. Op 15 augustus 1882 werd deze door de gemeenteraad van Küstrin overgedragen aan de kerk. De tegel met opschrift die toen gemaakt werd, is in 1999 in 11 delen gevonden in de ruïne van de Marienkirche.



In 2016 is er in Polen een wet aangenomen waardoor alle straatnamen, gedenktekens en andere symbolen die iets met het communisme te maken hadden verwijderd moesten worden. Dit soort voorwerpen mochten vervolgens enkel nog maar in musea tentoongesteld worden. Een aantal van de objecten die op basis van deze wet verwijderd moesten worden zijn hier nu te zien.



De afbeelding op de volgende foto’s laten gebouwen zien nadat de stad verwoest is aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.





Tijdens werkzaamheden die in oktober 2017 hebben plaatsgevonden, zijn in de grond van de oude stad een aantal persoonlijke voorwerpen gevonden zoals een tas, hygiëne artikelen, schoenen, een pistool en nog allerlei andere zaken. Deze voorwerpen zijn van de laatste Duitse burgemeester van Küstrin, Hermann Körner.



Aan het eind van de oorlog had Küstrin rond de 24.000 inwoners. Nadat de Tweede Wereldoorlog was afgelopen, was de stad voor meer dan 90% verwoest. De inwoners die er nog waren, werden verplaatst naar het deel van de stad aan de linkerkant van de Oder (Het huidige Küstrin-Kietz in Duitsland). De oude stad ligt als het ware op een soort eiland in de Oder. Tot 1991 was dit in gebruik bij het leger van de Sovjet-Unie. In het begin van de jaren ’90 werd de brug over de Oder weer hersteld en kwam ook het treinverkeer weer op gang.



Op het bastion König werd in 1945 een gedenkteken geplaatst voor het Rode Leger. In 2008 moest dit vanwege de slechte onderhoudstoestand afgebroken worden. Het voormalige gedenkteken is op de laatste foto uit het museum te zien.



Na het bezoek aan dit museum ben ik over het terrein van de oude stad weer teruggelopen naar de ingang. Vanaf hier was het weer ongeveer een half uur lopen naar het treinstation van de stad om met de bus terug te gaan richting Duitsland.





De bus reed in ongeveer 15 minuten weer terug naar het station Küstrin-Kietz in Duitsland. Aan de grenzen met Duitsland vinden er de laatste jaren regelmatig steekproefsgewijze grenscontroles plaats. Vandaag was de bus die ter vervanging van de trein reed aan de buurt. Er waren maar een beperkt aantal passagiers dus iedereen werd gecontroleerd (en niet alleen reizigers die zichtbaar niet uit Europa komen zoals vaak het geval is).



Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen

Filtered HTML