Reisverslag Roemenie 2024 Deel 29

Tags
Dinsdag 23 juli 2024
Tijdens de ochtend van deze tweede dag in Brasov heb ik het historische museum in het oude raadshuis bezocht en ook het sportmuseum in de buurt van het weversbastion. In dit oude gedeelte van Brasov liggen alle bezienswaardigheden op loopafstand van elkaar. Vanuit het oude deel van de stad is het dan ongeveer een kwartier met de bus naar het centrale busstation dat naast het treinstation ligt.



Na een korte wandeling ben ik vanuit het sportmuseum aangekomen bij het werversbastion. Dit bastion is gebouwd in twee delen. De eerste twee verdiepingen tussen 1421 en 1436, de bovenste verdiepingen van 1570 tot en met 1573. Nadat de toren in het noordoosten door de aardbeving van 1710 is ingestort, is het huidige bastion in 1750 gebouwd. Door de ontwikkeling van de wapens werd het bastion vanaf het begin van de 19de eeuw overbodig. Sinds 1910 is het in gebruik als museum.



In één van de ruimtes van het bastion is een klein museum waarvan het grootste deel in gebruik genomen wordt door een maquette van het oude centrum van de stad. Er zijn enkele historische voorwerpen te zien en belangrijke momenten uit de geschiedenis van de stad worden op een wand geprojecteerd.



Voor de rest kon je over de verschillende verdiepingen van het bastion lopen en heb je van hieruit ook een mooi zicht op een deel van de oude binnenstad van Brasov. Voor een historische plek valt er echt meer van te maken. In een half uurtje heb je hier echt alles bekeken wat er te zien is.





Vanaf het weversbastion ben ik verdergelopen langs het deel van de oude stadsmuur dat bewaard gebleven is. Hier staan nog een aantal oude torens/gebouwen zoals de kruittoren op de onderstaande foto. Oorspronkelijk was deze voor de opslag van kruit, na een grondige restauratie wordt de toren gebruikt voor kunsttentoonstellingen.



De weg die langs dit deel van de oude stadsmuur loopt, heet de Tampa promenade en is genoemd naar de gelijknamige berg Tampa die hier ligt. Hier bevindt zich ook het opstappunt voor de kabelbaan waarmee ik een dag eerder omhooggegaan ben de berg op.



De oorspronkelijke toren van de touwmaker is gebouwd rond 1640. Het gebouw heeft zijn naam gekregen doordat de toren later gebruikt werd als opslagruimte van het gelijknamige gilde. In 1894 werd de toren door het gilde verkocht aan een fabrikant, die toren sloopte en hier een nieuwe woning bouwde die vandaag nog gedeeltelijk zichtbaar is.



De volgende toren is de jagerstoren. In de Middeleeuwen werd deze toren gebruikt voor de opslag van kruit. Dit gedeelte van de oude stadsmuur van Brasov is een aantal jaar geleden volledig opgeknapt in het kader van een groot restauratieprogramma.



De toren op de onderstaande foto heet tegenwoordig de timmermanstoren en is in gebruik bij een kunstenaar. Ook deze toren werd in het verleden gebruikt voor de opslag van kruit.



De laatste toren die hier te zien is, is vernoemd naar het gilde van de lakenhandelaars, die de toren sinds 1646 in gebruik had. De toren was oorspronkelijk in gebruik bij het gilde van de goudhandelaren. Deze toren staat in ze zuidoostelijke hoek van de oude stad van Brasov. Hier zijn de muren van het bastion rond de twee meter dik.



Na deze wandeling rond een deel van de oude stadsmuur van Brasov ben ik te voet weer het oude deel van het centrum ingelopen om uiteindelijk uit te komen bij het museum over de communistische tijd.



Sinds april 2022 is in Brasov een museum gevestigd dat zich bezighoudt met het vertellen van verhalen over de periode van het communisme in Roemenië. In het gebouw waar het museum zich nu bevindt, zat in de communistische tijd een winkel. Overigens is het museum begin 2025 van deze plek vertrokken en is nog niet duidelijk waar en wanneer het weer opnieuw open gaat. In vergelijking met het museum over het communisme in Boekarest is dit museum een stuk uitgebreider.



Bij binnenkomst op de eerste verdieping van het gebouw kom je in een ontvangstruimte terecht die tegelijkertijd dienstdoet als winkeltje van het museum en ruimte waar je na afloop van je bezoek wat kunt drinken. De toegang tot het museum is 35 Roemeense lei en de opbrengsten worden gebruikt voor het ondersteunen van sociale doelen.



In het museum is een groot aantal voorwerpen uit de communistische tijd te zien. Bij al deze voorwerpen zijn herinneringen van mensen te lezen die aangeven waarvoor ze gebruikt werden. Zeker tijdens de winter was de keuken van het huis vaak de enige plek waar het echt warm werd. Als de verwarming niet werkte, bleef de keuken door het gebruik van het gasfornuis en de oven wel warm. Ook de gaslevering werd vaak onderbroken dus koken moest vaak in de nacht gebeuren omdat er dan gas beschikbaar was.



Een van de verhalen die hier te lezen is, gaat over een wetenschapper die in de zomer van 1988 met de trein vanuit Boekarest op weg was naar Zagreb om daar op een congres te spreken. Het was in die tijd echter streng verboden om teksten die niet gecontroleerd waren (en ook nog eens in het Engels waren geschreven) mee te nemen op een buitenlandse reis. Uiteindelijk heeft deze persoon op het station van Boekarest een krant gekocht van de communistische partij en daar zijn tekst in gedaan. De krant liet hij gewoon liggen in de treincoupé en geen van de agenten durfde het aan om deze krant te doorzoeken. Zo kreeg hij de tekst het land uit.



De collectie van het museum is zeer uitgebreid en laat allerlei verschillende zaken zien, zoals bijvoorbeeld dit wiskundeboek dat gebruikt werd op middelbare scholen.



In de periode van het communisme was het op scholen een gebruikelijke activiteit voor meisjes kleine wandtapijten te maken. Door de regering werden er uren in het schoolprogramma vrijgemaakt voor praktische activiteiten voor jongens en meisjes.



De volgende foto laat allerlei brochures zien die in de communistische tijd onder de bevolking verspreid werden. Rechts een verzameling van kaarten die vanuit vakantie naar familie of vrienden werden verstuurd.



Een ander verhaal hoort bij een cassettespeler die in het museum staat. Deze waren in de jaren ’70 ook in Roemenië populair voor het luisteren naar muziek. Cassettespelers waren in die tijd nog vrij duur maar na een aantal jaar kreeg de persoon die deze speler nu aan het museum gedoneerd heeft, deze toch van haar vader.



In het communistische Roemenië was benzine op de bon. Er kon maar een bepaalde hoeveelheid per persoon gekocht worden. Het was echter mogelijk om met vreemde valuta bonnen te komen om zo meer benzine te kunnen tanken. Ook waren er aparte bonnen voor bedrijven. Dit zorgde ervoor dat chauffeurs valse ritten rapporteerden om zo benzine voor eigen gebruik mee te kunnen nemen. Een andere creatieve manier was de volgende die door de persoon die het verhaal heeft ingestuurd wordt verteld. De brandweer in een bepaalde plaats had reservevoertuigen klaar staan in geval van nood. Met enige regelmaat moest er met deze wagens gereden worden om ze te onderhouden. Wat er gebeurde was dat er dan berekend werd hoeveel benzine hiervoor nodig was en de benzine vervolgens doorverkocht werd. De wagens werden dus helemaal niet rondgereden.



Het was destijds gebruikelijk dat in Roemeense huizen porseleinen beeldjes aanwezig waren. Deze stonden vaak in een kast op een prominente plaats in de woonkamer. Ondanks de beperkte oppervlakte van het museum, zijn er veel voorwerpen te zien met persoonlijke verhalen van mensen. De selectie die ik in dit reisverslag heb laten zien, is dan ook maar een klein deel van alles wat er in dit museum te vinden is.



Het museum heeft ook nog een kleine ruimte waarin films uit de communistische tijd vertoond worden. In zijn algemeenheid een interessant museum om te bezoeken als je wat meer te weten wilt komen van hoe mensen het leven onder het communisme ervaren hebben. Helaas is het museum op het moment (juni 2025) dat ik dit reisverslag schrijf gesloten.



Eerder op de dag heb ik langs het zuidelijke deel van de oude stadsmuur gelopen. Vanaf het communistische museum ben je zo bij het meer noordelijke en westelijke deel van deze restanten uit het verleden. Hier wandel je dan aan de ene kant langs een oude stadsmuur en aan de andere kant langs de Cheu. Dit is een kleine rivier met een lengte van 9 kilometer, die in het verleden gekanaliseerd is en hierdoor samen met de muur als een verdedigingslinie kon dienen.





Aan deze kant van de stad staan ook nog een tweetal historische torens. De eerste is de witte toren. De toren is gebouwd in de tweede helft van de 15de eeuw om de stad te verdedigen. De toren zou normaal gesproken te bezoeken moeten zijn, maar was op deze dag zonder nadere toelichting gesloten. De naam van de toren komt door de kleur van de witte stenen die gebruikt zijn.



Een klein stukje verder lopen en je komt bij de zwarte toren aan. Ook deze was vandaag gesloten zonder nadere uitleg. Beide torens zijn rond dezelfde tijd gebouwd. Hoewel de kleur van de toren nu licht is, heeft hij deze naam kregen doordat hij zwartgeblakerd was na een grote brand in Brasov in de 16de eeuw.



Vanaf deze plek heb je ook een mooi zicht op de oude stad van Brasov. Op de onderstaande foto is de zwarte kerk goed te zien. Na nog wat gegeten te hebben in het centrum van de stad was deze tweede dag hiermee voorbij. Na twee dagen Brasov had ik voor de volgende dag een bezoek aan Sinaia gepland waar onder andere het bekende Peles kasteel te zien is.



Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen

Filtered HTML