Reisverslag Salzburg 2024 Deel 7

Woensdag 23 oktober 2024
De vesting Hohensalzburg ligt ten zuiden van de oude binnenstad van Salzburg op een heuvel. Met een oppervlakte van meer dan 7.000 m2 bebouwd oppervlak is dit een van de grootste vestingwerken in Europa. De geschiedenis gaat terug tot in de 11de eeuw. Aartsbisschop Gebhard startte in 1077 met de bouw van een woontoren, een kleine kerk en een klein woonhuis. Van de 12de tot de 14de eeuw ontstond de buitenste verdedigingsmuur van de vesting.



Na twee dagen met mooi oktoberweer was het op deze woensdagmorgen een stuk frisser, behoorlijk mistig en ging het ook nog regenen. Vanuit de oude stad kun je via een aantal trappen en voetpaden te voet bij de vesting komen.



Bovenaan loop je over een voetbad onder de Keutschachpoort door de vesting binnen. Deze poort is gebouwd in 1513 en vernoemd naar de toenmalige aartsbisschop van Salzburg. Tegenwoordig bevindt zich hier de kassa waar je een toegangskaartje tot de vesting kunt kopen.



De volgende poort die je tegenkomt is de paardenpoort uit 1500. Als je door deze poort heen loopt kom je in een soort tunnel terecht. Hier moet je doorheen om uiteindelijk bij de vesting zelf uit te komen. Dit was een veiligheidsmaatregel want als indringers door de paardenpoort heen kwamen kon de poort richting de vesting gesloten worden. Door de openingen in de tunnel konden de indringers dan van buiten aangevallen worden.



Je loopt nu langs de toren van de smid uit 1465. In de 19de eeuw is deze ook gebruikt voor het opsluiten van arrestanten.



Na een stevige wandeling kom je uit op het binnenplein van de vesting. De gebouwen worden tegenwoordig als museum gebruikt en er bevindt zich ook een eetgelegenheid.



De rijkdom van Salzburg ontstond vanaf het einde van de 12de eeuw door de winning van zout. Door nieuwe technieken om het zout te winnen, een strenge prijspolitiek en controle door de bisschoppen op de export zorgden ervoor dat er met zout veel geld verdiend werd. Salzburg lag ook op een strategische plaats langs de rivier die toen de snelste manier was om goederen te transporteren.



Sinds 1640 bevond zich in de vesting een aantal gevangeniscellen. De gevangenen die hier in de 16de en 17de eeuw zaten waren meestal opgepakt om politieke redenen. Ze hadden bijvoorbeeld een ander geloof dan het katholieke geloof of waren aanvoerder van een opstand geweest.



Bij normaal weer heb je vanaf de vesting een prachtig overzicht op de stad Salzburg. Nu was er nauwelijks sprake van een uitzicht door de dichte mist.



Op verschillende plekken op de route die is uitgezet door de vesting staan stukjes informatie over de geschiedenis van dit gebouw. Zo was er een keer een wekenlange belegering van de vesting waardoor het voedsel schaars werd. Toen er nog maar één stier over was, werd door de bewakers een list verzonnen. Het dier kreeg elke dag een andere kleur. Hierdoor geloofden de belegeraars dat er nog genoeg vlees was voor maanden en stopten daardoor met de belegering.



Om de mensen ’s morgens om 4:00 uur wakker te maken voor het werk, installeerde in 1515 de toenmalige aartsbisschop meer dan 100 hoorns waaruit geluid kwam. Dit kreeg de naam “Salzburger Stier”. Om 19:00 uur werd aangegeven dat het tijd was om te gaan slapen. Later werd het mogelijk om via dit systeem ook korte muziekstukken af te spelen. Onder andere Leopold Mozart schreef een speciale compositie hiervoor die vandaag nog steeds gespeeld wordt.



Op de vesting staat de Joriskerk uit 1501. Dit is een laatgotische kerk waarvan de opdracht tot de bouw gegeven is door aartsbisschop von Keutschach. Voor de kerk staat een herdenkingsmonument voor deze bisschop.



Op de volgende foto van het binnenplein van de vesting is dit monument helemaal links te zien.



In het vestingmuseum komt de geschiedenis van Salzburg van 500 tot 1500 aan bod. De vesting is lang de plaats geweest waar de aartsbisschoppen in tijd van crisis woonden. Salzburg was lang een vorstendom waar de bisschoppen zowel de geestelijke als de wereldlijke macht hadden. Dit eindige pas in het jaar 1803.



In het museum worden vijf aartsbisschoppen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van deze plaats voorgesteld. Dit gebeurt in de ruimte waar rond 1540 de drossaard woonde. Dit was een van de vier belangrijkste helpers aan het of van de aartsbisschop. De drossaard was verantwoordelijk voor de hofhouding, de huishouding en ceremoniële taken. Nog steeds zijn er adellijke families die de naam van deze functie (Truchsess) in hun familienaam hebben zitten.



Van 1682 tot 1918 was op de vesting een infanterieregiment gelegerd dat sinds 1852 de naam van aartsbisschop Rainer droeg. Dit regiment is in de loop van de tijd in heel Midden-Europa ingezet. In het museum hangt een grote landkaart met al deze plekken en zijn allerlei voorwerpen zoals medailles, uniformen en wapens uit deze tijd te zien.



Tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft dit regiment zware verliezen geleden in gevechten tegen de Russische troepen. Ze werden het slachtoffer van nieuwe wapensystemen zoals machinegeweren en mijnenwerpers.



Nadat de troonopvolger Franz Ferdinand in 1914 in Sarajevo werd vermoord, besteeg Karel in 1916 na de dood van keizer Franz Joseph de troon. Hij bezocht zeer regelmatig het front. Zijn inspanningen om vrede te sluiten mislukten echter. In november 1918 deed hij afstand van zijn regeringsmacht maar wilde nog wel op de troon blijven. Uiteindelijk werd hij verbannen naar Madeira waar hij in 1922 stierf.



Het schilderij op de volgende foto laat een gevecht zien rondom Monte Cimone in 1916. Dit was tijdens de Eerste Wereldoorlog een van de laatste bastions van de Italianen om te voorkomen dat de Oostenrijkers naar het zuiden zouden doorstoten. Op deze berg zijn maandeling door Oostenrijkers en Italianen intensieve gevechten gevoerd waarbij veel doden zijn gevallen.



In het museum is een volledige reconstructie te zien van een telefooncentrale zoals die gebruikt werd in de slag rondom Monte Cimone.



In de laatste oorlogsjaren begonnen de soldaten van het regiment met het verzamelen van allerlei voorwerpen ter herinnering. In 1921 richten ze de “Rainerbund” op. Drie jaar later ontstond het “Rainer-Regimentsmuseum”.



Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen

Filtered HTML