Maandag 18 oktober 2021
Vlak bij het Wilanow paleis staat nog een klein kerkje dat bij het terrein behoord. In de veertiende eeuw is op deze plek voor het eerst een houten kerk gebouwd. Sinds 1772 staat de huidige kerk op deze plek. De kerk is oorspronkelijk vooral gebruikt door de families van de verschillende eigenaars en bewoners van het paleis.


Terug in het centrum van Warschau heb ik de middag gebruikt voor een bezoek aan het Polin museum. Dit museum geeft de geschiedenis weer van de Poolse Joden. De eerste steen voor dit museum is gelegd in 2007. Het museum is zes jaar later op 19 april 2013 geopend. Dit museum laat de geschiedenis van de Poolse Joden van de afgelopen 1000 jaar zien. Tegenover het museum staat een monument ter nagedachtenis aan de opstand in het getto van Warschau van april en mei 1943.

De opening van het museum heeft precies 70 jaar na het begin van de opstand in het getto van Warschau plaatsgevonden. De eerste anderhalf jaar waren er in het museum een aantal tijdelijke tentoonstellingen te zien. Op 28 oktober 2014 werd het museum echt geopend toen de permanente tentoonstelling klaar was.

Bij binnenkomst in het museum kom je als eerste in een ruimte waar op een aantal schermen een bos geprojecteerd wordt. Dit is gebaseerd op de legende dat de Joden vanuit het westen van Europa naar Polen zijn getrokken en daar de uitgebreide Poolse bossen tegenkwamen.

Het museum start hierna met de eerste periode die van 960 tot 1500 loopt. In de 10de eeuw reisden de eerste Joden door Polen als handelaren. 500 jaar later woonden ze op een groot aantal plaatsen in Polen. Het museum laat hier zien hoe deze eerste Joodse gemeenschappen functioneerden.

Zoals op de volgende foto te zien is, is het museum ruim en modern opgezet. Alle informatie is ook in het Engels beschikbaar. Dit eerste deel van het museum heeft weinig originele voorwerpen en laat op allerlei wanden de geschiedenis van de Joden in Polen zien tot 1500. Door middel van teksten en afbeeldingen wordt het dagelijkse leven in beeld gebracht. Ook allerlei steden waar de Joden vandaan kwamen voordat ze in Polen terecht kwamen worden hier weergegeven. In de 12de eeuw kwamen veel immigranten uit overbevolkte delen van Duitsland in Polen aan. In hun nieuwe woonplaatsen kwamen vervolgens allerlei stedelijke wetten die gebaseerd waren op die van de Duitse steden. Er kwam een gemeentelijke overheid en ook het geld kwam tot ontwikkeling. Onder deze immigranten bevonden zich een flink aantal Joden

Zoals op de foto’s te zien is, is het museum erg uitgebreid dus de foto’s laten maar een klein deel zien van alle informatie die hier te vinden is. In de geschiedenis van de stad Warschau worden Joden voor het eerst vernoemd in 1414. Ze maakten toen 5% van de bevolking uit. In het midden van de 15de eeuw was ongeveer 15% van de geldverstrekkers van Joodse afkomst. De katholieke kerk zag het lenen van geld en hier rente over vragen als zonde en dit was dan ook van grote invloed op de manier waarop er tegen deze Joodse geldverstrekkers aangekeken werd.

Het tweede deel van het museum gaat over de periode 1569 tot en met 1649. In 1573 werd door de Sejm de Acte van de federatie van Warschau vastgesteld waarin werd aangegeven dat mensen van verschillende geloven in vrede naast elkaar moesten leven. Hierdoor ontstonden er geen religieuze oorlogen zoals dat in andere delen van Europa door de opkomst van de reformatie wel het geval was.

Onderwerpen die hier bijvoorbeeld aan bod waren de plaag van 1556 en de gevolgen hiervan. Maar ook de Poolse rabbijn Moses Isserles uit de 16de eeuw. Hij heeft een verzameling leefregels geschreven die nu nog steeds gebruikt worden door Asjkenazische Joden. Joodse gemeenschappen werden bestuurd door een groep mensen die elk jaar opnieuw gekozen werden. Een van de oudste en grootste Joodse gemeenschappen bevond zich toen in Poznan. Ongeveer een derde van de mensen die binnen de stadsmuren leefden was in het begin van de 17de eeuw van Joodse afkomst..

Het derde deel van het museum gaat over de periode van 1648 tot 1772. In deze periode waren er steden (shtetls) die vooral door Joden bewoond werden. Het museum laat zien hoe het dagelijks leven in zo’n stad eruitzag. Er is een marktplein nagebouwd, maar ook Joodse huizen waarbinnen de vrouw de leidende rol had.
.
Het mooiste object van het museum bevindt zich in dit gedeelte en is de koepel van de synagoge uit het plaatsje Gwozdzie.

Het museum gaat daarna verder in op de tijd tussen 1772 en 1914. Doordat Polen als land in de 19de eeuw niet meer bestond werden de Poolse Joden inwoners van Oostenrijk, Pruisen en Rusland. Verder veranderde het leven door de industrialisatie, de verstedelijking en het opkomende nationalisme.

Een belangrijk onderdeel van het leven van rabbijnen was het lezen van allerlei boeken over religieuze, wetenschappelijke en literaire onderwerpen.

In de grote fabrieken in steden als Lodz en Bialystok werkten vooral Christenen. Joden werkten over het algemeen in kleinere bedrijfjes. De reden hiervoor was dat fabriekseigenaren de fabrieken op de heilige dag van de Joden (de zaterdag) niet stil konden leggen.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina
Vlak bij het Wilanow paleis staat nog een klein kerkje dat bij het terrein behoord. In de veertiende eeuw is op deze plek voor het eerst een houten kerk gebouwd. Sinds 1772 staat de huidige kerk op deze plek. De kerk is oorspronkelijk vooral gebruikt door de families van de verschillende eigenaars en bewoners van het paleis.


Terug in het centrum van Warschau heb ik de middag gebruikt voor een bezoek aan het Polin museum. Dit museum geeft de geschiedenis weer van de Poolse Joden. De eerste steen voor dit museum is gelegd in 2007. Het museum is zes jaar later op 19 april 2013 geopend. Dit museum laat de geschiedenis van de Poolse Joden van de afgelopen 1000 jaar zien. Tegenover het museum staat een monument ter nagedachtenis aan de opstand in het getto van Warschau van april en mei 1943.

De opening van het museum heeft precies 70 jaar na het begin van de opstand in het getto van Warschau plaatsgevonden. De eerste anderhalf jaar waren er in het museum een aantal tijdelijke tentoonstellingen te zien. Op 28 oktober 2014 werd het museum echt geopend toen de permanente tentoonstelling klaar was.

Bij binnenkomst in het museum kom je als eerste in een ruimte waar op een aantal schermen een bos geprojecteerd wordt. Dit is gebaseerd op de legende dat de Joden vanuit het westen van Europa naar Polen zijn getrokken en daar de uitgebreide Poolse bossen tegenkwamen.

Het museum start hierna met de eerste periode die van 960 tot 1500 loopt. In de 10de eeuw reisden de eerste Joden door Polen als handelaren. 500 jaar later woonden ze op een groot aantal plaatsen in Polen. Het museum laat hier zien hoe deze eerste Joodse gemeenschappen functioneerden.

Zoals op de volgende foto te zien is, is het museum ruim en modern opgezet. Alle informatie is ook in het Engels beschikbaar. Dit eerste deel van het museum heeft weinig originele voorwerpen en laat op allerlei wanden de geschiedenis van de Joden in Polen zien tot 1500. Door middel van teksten en afbeeldingen wordt het dagelijkse leven in beeld gebracht. Ook allerlei steden waar de Joden vandaan kwamen voordat ze in Polen terecht kwamen worden hier weergegeven. In de 12de eeuw kwamen veel immigranten uit overbevolkte delen van Duitsland in Polen aan. In hun nieuwe woonplaatsen kwamen vervolgens allerlei stedelijke wetten die gebaseerd waren op die van de Duitse steden. Er kwam een gemeentelijke overheid en ook het geld kwam tot ontwikkeling. Onder deze immigranten bevonden zich een flink aantal Joden

Zoals op de foto’s te zien is, is het museum erg uitgebreid dus de foto’s laten maar een klein deel zien van alle informatie die hier te vinden is. In de geschiedenis van de stad Warschau worden Joden voor het eerst vernoemd in 1414. Ze maakten toen 5% van de bevolking uit. In het midden van de 15de eeuw was ongeveer 15% van de geldverstrekkers van Joodse afkomst. De katholieke kerk zag het lenen van geld en hier rente over vragen als zonde en dit was dan ook van grote invloed op de manier waarop er tegen deze Joodse geldverstrekkers aangekeken werd.

Het tweede deel van het museum gaat over de periode 1569 tot en met 1649. In 1573 werd door de Sejm de Acte van de federatie van Warschau vastgesteld waarin werd aangegeven dat mensen van verschillende geloven in vrede naast elkaar moesten leven. Hierdoor ontstonden er geen religieuze oorlogen zoals dat in andere delen van Europa door de opkomst van de reformatie wel het geval was.

Onderwerpen die hier bijvoorbeeld aan bod waren de plaag van 1556 en de gevolgen hiervan. Maar ook de Poolse rabbijn Moses Isserles uit de 16de eeuw. Hij heeft een verzameling leefregels geschreven die nu nog steeds gebruikt worden door Asjkenazische Joden. Joodse gemeenschappen werden bestuurd door een groep mensen die elk jaar opnieuw gekozen werden. Een van de oudste en grootste Joodse gemeenschappen bevond zich toen in Poznan. Ongeveer een derde van de mensen die binnen de stadsmuren leefden was in het begin van de 17de eeuw van Joodse afkomst..

Het derde deel van het museum gaat over de periode van 1648 tot 1772. In deze periode waren er steden (shtetls) die vooral door Joden bewoond werden. Het museum laat zien hoe het dagelijks leven in zo’n stad eruitzag. Er is een marktplein nagebouwd, maar ook Joodse huizen waarbinnen de vrouw de leidende rol had.
.

Het mooiste object van het museum bevindt zich in dit gedeelte en is de koepel van de synagoge uit het plaatsje Gwozdzie.

Het museum gaat daarna verder in op de tijd tussen 1772 en 1914. Doordat Polen als land in de 19de eeuw niet meer bestond werden de Poolse Joden inwoners van Oostenrijk, Pruisen en Rusland. Verder veranderde het leven door de industrialisatie, de verstedelijking en het opkomende nationalisme.

Een belangrijk onderdeel van het leven van rabbijnen was het lezen van allerlei boeken over religieuze, wetenschappelijke en literaire onderwerpen.

In de grote fabrieken in steden als Lodz en Bialystok werkten vooral Christenen. Joden werkten over het algemeen in kleinere bedrijfjes. De reden hiervoor was dat fabriekseigenaren de fabrieken op de heilige dag van de Joden (de zaterdag) niet stil konden leggen.

Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen