Maandag 2 mei 2022
Na het bezoek aan het kasteel van Eger en het marsepein museum van de stad was het al half twee in de middag geworden. Naast de kathedraal van Eger staan er in de stad nog andere kerken zoals de kerk van de cisterciënzers. Nadat de Ottomanen in 1687 uit Eger verdreven waren, werden de moskeeën omgevormd tot katholieke kerken. Op de plek waar nu de kerk van de cisterciënzers staat, stond oorspronkelijk ook een moskee. In 1700 werd de fundering voor de huidige kerk gelegd en gestart met de bouw van een bijbehorend klooster. Pas rond 1730 startte de bouw van de kerk die 13 jaar duurde.

De kerk is oorspronkelijk gebouwd door Jezuïeten maar in 1776 in het bezit gekomen van de cisterciënzers. Bij een grote brand in 1800 is het volledige complex verwoest om vervolgens in de 19de eeuw weer volledig herbouwd te worden.

Een groot park in het centrum van Eger is de bisschoppelijke tuin. Dit park heeft een oppervlakte van 12 hectare en ligt op een voormalig jachtterrein. Oorspronkelijk was dit een tuin voor de bisschop van Eger. Sinds 1919 is het gebied toegankelijk voor het publiek. Aan de noordelijke en westelijke kant van het park staan nog steeds de oude muren van de bisschoppelijke tuin.

Een van de beelden in het park is dit bankje waarop Geza Gardonyi en Sandor Brody zitten. De eerste schrijver is al eerder langskomen omdat hij begraven ligt op het kasteel van Eger. De tweede schrijver was actief als journalist voor verschillende kranten en heeft veel artikel, verhalen, feuilletons en boeken geschreven. Hij is overleden in 1924, twee jaar nadat Geze Gardonyi gestorven is.

Door de loop van de eeuwen heeft het kasteel vele verschillende functies gehad. Het kasteel had ook de beschikking over een eigen bron die de barakken van de soldaten van water kon voorzien tijdens aanvallen.

Vanuit het park ben ik op mijn gemak verdergelopen en zoals op de onderstaande foto’s te zien is, was het deze maandag erg rustig in Eger. Eger is nog steeds een mooie stad met veel historische gebouwen. In het centrum zijn ook weinig gebouwen te zien die niet in het stadsbeeld passen. In veel steden in Oost-Europa zijn soms in een historische stad allerlei gebouwen in communistische stijl opgetrokken die het hele stadsbeeld verstoren.


Tijdens mijn wandeling kwam ik nog het onderstaande monumentje tegen. In eerste instantie lijkt het iets religieus, maar het is een monument ter nagedachtenis aan de mensen die gesneuveld zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het monument is een klein kerkje en is hier weggezet in 1989. In het najaar van 1944 zorgde terugtrekkende Duitse troepen voor grote verwoestingen in Eger. Het station raakte beschadigd en bruggen werden opgeblazen. Op 30 november 1944 werd de stad door de Russen bevrijd. Op 12 december vond er nog een bombardement plaats van Duitse vliegtuigen.

In het lyceum van de stad Eger is een astronomisch museum gevestigd. Allereerst moet je echt weten dat dat museum in dit gebouw zit. Van de buitenkant staat hier verder niets aangegeven. De beste manier is dan om maar gewoon naar binnen te lopen. Daar stond bij de ingang gelukkig een bord (weliswaar in het Hongaars) waarop te zien was dat er hier een museum is gevestigd op de zevende verdieping.

En daarna werd het een hele zoektocht. In het gebouw zelf stond verder niet echt goed aangegeven waar je moest zijn. En als je het gebouw van de buitenkant ziet, dan zie je de begane grond met een tweetal verdiepingen. En het museum moet dan op de zevende verdieping zijn. Nadat ik letterlijk rondjes had gelopen op de tweede verdieping bleek er daar (enigszins verstopt) een trap te zijn waarmee je in de toren van het gebouw kon komen. En waar dus de hogere verdiepingen zaten. Nu is verdieping niet echt het juiste woord, maar er werd daar gewoon doorgeteld.

In een kleine ruimte op de zesde verdieping staat de verzameling van astronomische apparaten van dit museum. In de 18de en 19de eeuw zijn er vanaf deze plek veel waarnemingen gedaan. Wat wel weer jammer is, is dat de voorwerpen hier eigenlijk zijn weggezet zonder een nadere toelichting. Ook hiervoor geldt weer, dat er van dit museum echt veel meer te maken is. Opvallend was wel dat er een informatieblad in veel talen (ook in het Nederlands!!) beschikbaar was over wat hier allemaal te zien was.

Een verdieping hoger in de toren is er dan nog een aparte ruimte waar allerlei natuurkundige proefjes gedaan kunnen worden. Dat is natuurlijk vooral ingericht voor kinderen, dus daar ben ik snel doorheen gelopen.

In de toren bevindt zich ook een camera obscura. Dit is een ruimte die uit vier delen bestaat: een lens, een spiegel, een scherm en een donkere ruimte. Hierdoor is het mogelijk om voorwerpen die op grote afstand staan toch scherp te kunnen zien. Een erg handige uitvinding in een tijd dat er nog geen verrekijkers waren. De kwaliteit van het beeld is afhankelijk van de hoeveelheid licht. Aan het eind van de middag was het wat bewolkt geworden waardoor dit tegenviel. Op bepaalde tijdstippen kun je in de ruimte de camera obscura in werking zien. Hiervoor kwam ik toevallig net op tijd. Na de toelichting in het Hongaars was de medewerker zo vriendelijk om alles ook nog in het Engels te vertellen.

Vanaf de toren heb je verder een mooi overzicht over de stad Eger. Het weer was er inmiddels niet beter op geworden want het was begonnen met regenen.

Om de camera obscura en de toren te bezoeken heb je een toegangskaartje nodig dat je beneden bij de ingang kunt kopen. Dat stond niet echt duidelijk aangegeven en daar kwam ik dus pas achter toen ik boven in de toren was. Gelukkig kon ik het de betalen bedrag daar gewoon ter plekke aan een medewerker geven zodat ik weer niet helemaal terug naar beneden hoefde.

Op de terugweg naar beneden kom je dan nog langs een ruimte waar deze telescoop staat opgesteld. Een nadere toelichting hierbij ontbrak helaas. Hoewel het gebouw er van de buitenkant heel groot uit ziet, is de uiteindelijke museumruimte slechts klein. De naam museum vind ik eigenlijk wat overdreven voor de paar kamers van het gebouw die hiervoor ingericht zijn. Zo is het toch altijd weer een verrassing wat je tegenkomt. Maar het heeft ook wel een zekere charme, dit soort musea die nog totaal niet ingericht zijn op toeristen en daardoor wel een authentiek beeld geven van de stad.

Nadat ik vanuit de toren van het gebouw weer helemaal naar beneden was gelopen, was het alweer half 5 geworden en ben ik rustig richting het station van Eger gelopen. Hier kom je dan nog langs een beeld van Karoly Eszterhazy. Hij heeft geleefd tussen 1725 en 1799 en kwam uit een bekende adelijke familie. In 1748 is hij tot priester gewijd en in 1760 volgde een wijding tot bisschop. Twee jaar later werd hij de bisschop van Eger en bleef dit tot zijn dood.

Op de weg naar het station kwam ik weer langs de kathedraal van Eger waar ik in de ochtend ook ben binnen geweest. Daar ben ik toch weer even opnieuw naar binnengegaan en inmiddels was de rust hier weer teruggekeerd. De bouwvakkers waren vertrokken en het was er weer heerlijk rustig. Dan kun je toch beter genieten van al het moois wat zo’n gebouw te bieden heeft.

Een ander monument dat ik tegenkwam op weg naar het station was ter herdenking van de Hongaarse opstand in 1956 die toen bloedig werd neergeslagen door de Russen.

Iets voor vijf uur was ik weer terug op het station van Eger en dat was precies op tijd om rond 5 over 5 weer met de trein terug te gaan naar Budapest.

Het lijkt erop dat de Hongaarse spoorwegen de afgelopen jaren steeds meer aan het moderniseren zijn en dat allerlei oude wagons uit de jaren ’80 afgeschreven worden en vervangen worden naar materiaal dat je ook in West-Europese landen ziet rondrijden. Dat gebeurd natuurlijk als eerste op de belangrijkste routes, maar inmiddels zie je ook dat regionale treinen steeds vaker vernieuwd worden.

Rond een uur of zeven was ik keurig netjes weer terug op het Keleti treinstation in Budapest. Vandaar moest ik dan nog wel met de bus naar mijn hotel terug in de buurt van het Nyugati station. Budapest heeft nog steeds geen echt centraal station. Hierdoor moet je dus regelmatig van het ene naar het andere station als je met de trein vanuit Budapest wilt vertrekken. Het enige station dat als een soort centraal station dienst doet is het Kelenföld station. Treinen die op verschillende stations vertrekken maken hier vaak een tussenstop, maar dat is ook weer niet altijd het geval.


Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina
Na het bezoek aan het kasteel van Eger en het marsepein museum van de stad was het al half twee in de middag geworden. Naast de kathedraal van Eger staan er in de stad nog andere kerken zoals de kerk van de cisterciënzers. Nadat de Ottomanen in 1687 uit Eger verdreven waren, werden de moskeeën omgevormd tot katholieke kerken. Op de plek waar nu de kerk van de cisterciënzers staat, stond oorspronkelijk ook een moskee. In 1700 werd de fundering voor de huidige kerk gelegd en gestart met de bouw van een bijbehorend klooster. Pas rond 1730 startte de bouw van de kerk die 13 jaar duurde.

De kerk is oorspronkelijk gebouwd door Jezuïeten maar in 1776 in het bezit gekomen van de cisterciënzers. Bij een grote brand in 1800 is het volledige complex verwoest om vervolgens in de 19de eeuw weer volledig herbouwd te worden.

Een groot park in het centrum van Eger is de bisschoppelijke tuin. Dit park heeft een oppervlakte van 12 hectare en ligt op een voormalig jachtterrein. Oorspronkelijk was dit een tuin voor de bisschop van Eger. Sinds 1919 is het gebied toegankelijk voor het publiek. Aan de noordelijke en westelijke kant van het park staan nog steeds de oude muren van de bisschoppelijke tuin.

Een van de beelden in het park is dit bankje waarop Geza Gardonyi en Sandor Brody zitten. De eerste schrijver is al eerder langskomen omdat hij begraven ligt op het kasteel van Eger. De tweede schrijver was actief als journalist voor verschillende kranten en heeft veel artikel, verhalen, feuilletons en boeken geschreven. Hij is overleden in 1924, twee jaar nadat Geze Gardonyi gestorven is.

Door de loop van de eeuwen heeft het kasteel vele verschillende functies gehad. Het kasteel had ook de beschikking over een eigen bron die de barakken van de soldaten van water kon voorzien tijdens aanvallen.

Vanuit het park ben ik op mijn gemak verdergelopen en zoals op de onderstaande foto’s te zien is, was het deze maandag erg rustig in Eger. Eger is nog steeds een mooie stad met veel historische gebouwen. In het centrum zijn ook weinig gebouwen te zien die niet in het stadsbeeld passen. In veel steden in Oost-Europa zijn soms in een historische stad allerlei gebouwen in communistische stijl opgetrokken die het hele stadsbeeld verstoren.


Tijdens mijn wandeling kwam ik nog het onderstaande monumentje tegen. In eerste instantie lijkt het iets religieus, maar het is een monument ter nagedachtenis aan de mensen die gesneuveld zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het monument is een klein kerkje en is hier weggezet in 1989. In het najaar van 1944 zorgde terugtrekkende Duitse troepen voor grote verwoestingen in Eger. Het station raakte beschadigd en bruggen werden opgeblazen. Op 30 november 1944 werd de stad door de Russen bevrijd. Op 12 december vond er nog een bombardement plaats van Duitse vliegtuigen.

In het lyceum van de stad Eger is een astronomisch museum gevestigd. Allereerst moet je echt weten dat dat museum in dit gebouw zit. Van de buitenkant staat hier verder niets aangegeven. De beste manier is dan om maar gewoon naar binnen te lopen. Daar stond bij de ingang gelukkig een bord (weliswaar in het Hongaars) waarop te zien was dat er hier een museum is gevestigd op de zevende verdieping.

En daarna werd het een hele zoektocht. In het gebouw zelf stond verder niet echt goed aangegeven waar je moest zijn. En als je het gebouw van de buitenkant ziet, dan zie je de begane grond met een tweetal verdiepingen. En het museum moet dan op de zevende verdieping zijn. Nadat ik letterlijk rondjes had gelopen op de tweede verdieping bleek er daar (enigszins verstopt) een trap te zijn waarmee je in de toren van het gebouw kon komen. En waar dus de hogere verdiepingen zaten. Nu is verdieping niet echt het juiste woord, maar er werd daar gewoon doorgeteld.

In een kleine ruimte op de zesde verdieping staat de verzameling van astronomische apparaten van dit museum. In de 18de en 19de eeuw zijn er vanaf deze plek veel waarnemingen gedaan. Wat wel weer jammer is, is dat de voorwerpen hier eigenlijk zijn weggezet zonder een nadere toelichting. Ook hiervoor geldt weer, dat er van dit museum echt veel meer te maken is. Opvallend was wel dat er een informatieblad in veel talen (ook in het Nederlands!!) beschikbaar was over wat hier allemaal te zien was.

Een verdieping hoger in de toren is er dan nog een aparte ruimte waar allerlei natuurkundige proefjes gedaan kunnen worden. Dat is natuurlijk vooral ingericht voor kinderen, dus daar ben ik snel doorheen gelopen.

In de toren bevindt zich ook een camera obscura. Dit is een ruimte die uit vier delen bestaat: een lens, een spiegel, een scherm en een donkere ruimte. Hierdoor is het mogelijk om voorwerpen die op grote afstand staan toch scherp te kunnen zien. Een erg handige uitvinding in een tijd dat er nog geen verrekijkers waren. De kwaliteit van het beeld is afhankelijk van de hoeveelheid licht. Aan het eind van de middag was het wat bewolkt geworden waardoor dit tegenviel. Op bepaalde tijdstippen kun je in de ruimte de camera obscura in werking zien. Hiervoor kwam ik toevallig net op tijd. Na de toelichting in het Hongaars was de medewerker zo vriendelijk om alles ook nog in het Engels te vertellen.

Vanaf de toren heb je verder een mooi overzicht over de stad Eger. Het weer was er inmiddels niet beter op geworden want het was begonnen met regenen.

Om de camera obscura en de toren te bezoeken heb je een toegangskaartje nodig dat je beneden bij de ingang kunt kopen. Dat stond niet echt duidelijk aangegeven en daar kwam ik dus pas achter toen ik boven in de toren was. Gelukkig kon ik het de betalen bedrag daar gewoon ter plekke aan een medewerker geven zodat ik weer niet helemaal terug naar beneden hoefde.

Op de terugweg naar beneden kom je dan nog langs een ruimte waar deze telescoop staat opgesteld. Een nadere toelichting hierbij ontbrak helaas. Hoewel het gebouw er van de buitenkant heel groot uit ziet, is de uiteindelijke museumruimte slechts klein. De naam museum vind ik eigenlijk wat overdreven voor de paar kamers van het gebouw die hiervoor ingericht zijn. Zo is het toch altijd weer een verrassing wat je tegenkomt. Maar het heeft ook wel een zekere charme, dit soort musea die nog totaal niet ingericht zijn op toeristen en daardoor wel een authentiek beeld geven van de stad.

Nadat ik vanuit de toren van het gebouw weer helemaal naar beneden was gelopen, was het alweer half 5 geworden en ben ik rustig richting het station van Eger gelopen. Hier kom je dan nog langs een beeld van Karoly Eszterhazy. Hij heeft geleefd tussen 1725 en 1799 en kwam uit een bekende adelijke familie. In 1748 is hij tot priester gewijd en in 1760 volgde een wijding tot bisschop. Twee jaar later werd hij de bisschop van Eger en bleef dit tot zijn dood.

Op de weg naar het station kwam ik weer langs de kathedraal van Eger waar ik in de ochtend ook ben binnen geweest. Daar ben ik toch weer even opnieuw naar binnengegaan en inmiddels was de rust hier weer teruggekeerd. De bouwvakkers waren vertrokken en het was er weer heerlijk rustig. Dan kun je toch beter genieten van al het moois wat zo’n gebouw te bieden heeft.

Een ander monument dat ik tegenkwam op weg naar het station was ter herdenking van de Hongaarse opstand in 1956 die toen bloedig werd neergeslagen door de Russen.

Iets voor vijf uur was ik weer terug op het station van Eger en dat was precies op tijd om rond 5 over 5 weer met de trein terug te gaan naar Budapest.

Het lijkt erop dat de Hongaarse spoorwegen de afgelopen jaren steeds meer aan het moderniseren zijn en dat allerlei oude wagons uit de jaren ’80 afgeschreven worden en vervangen worden naar materiaal dat je ook in West-Europese landen ziet rondrijden. Dat gebeurd natuurlijk als eerste op de belangrijkste routes, maar inmiddels zie je ook dat regionale treinen steeds vaker vernieuwd worden.

Rond een uur of zeven was ik keurig netjes weer terug op het Keleti treinstation in Budapest. Vandaar moest ik dan nog wel met de bus naar mijn hotel terug in de buurt van het Nyugati station. Budapest heeft nog steeds geen echt centraal station. Hierdoor moet je dus regelmatig van het ene naar het andere station als je met de trein vanuit Budapest wilt vertrekken. Het enige station dat als een soort centraal station dienst doet is het Kelenföld station. Treinen die op verschillende stations vertrekken maken hier vaak een tussenstop, maar dat is ook weer niet altijd het geval.


Het volgende deel van dit reisverslag is te vinden op deze pagina

Reactie toevoegen